**5.1.** Het beheer van het stadhuis berust bij de afdeling Facilitaire Zaken (FaZa). Namens de beheerder kunnen bepaalde daartoe aangewezen personen of instanties belast worden met taken op het gebied van het beheer van het stadhuis. Aanwijzingen van deze personen of instanties, zoals bijvoorbeeld de beveiligingsdienst, rampencoördinatoren, alsmede van gezagsdragers van politie, brandweer, GGD en dergelijke, dienen terstond te worden opgevolgd.
**5.2.** Fysiek en dagelijks toezicht ten aanzien van het stadhuis wordt namens de beheerder uitgeoefend door de in het stadhuis aanwezige beveiligingsdienst.
**5.3.** Technisch toezicht op het stadhuis en de daarin aanwezige ruimten wordt onder andere uitgeoefend door middel van een videobewakingssysteem. Dit systeem dient behalve voor het registreren van beelden ook voor het bewaren van beelden.
**5.4.** De beheerder van het stadhuis is te allen tijde gerechtigd de in het stadhuis binnenkomende telefoongesprekken te controleren en te registreren. Binnenkomende gesprekken kunnen worden bewaard.
**5.5.** De beveiligingsdienst is bij gerede twijfel omtrent de bedoelingen van (een) bezoeker(s) gerechtigd deze, tijdens het verblijf in het stadhuis dan wel op het moment van het verlaten of het betreden van het stadhuis, om zijn of haar (hun) legitimatie te vragen dan wel te visiteren.
**5.6.** Indien de beveiligingsdienst het vermoeden heeft dat een bezoeker van het stadhuis (een) verboden voorwerp(en) bij zich heeft, kan hij de bezoeker vragen om dit (deze) te tonen. Indien het desbetreffende voorwerp daadwerkelijk een verboden voorwerp blijkt te zijn, zal de bezoeker dit, tegen afgifte van een ontvangstbewijs, bij de beveiligingsdienst in bewaring dienen te geven.