Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Inspraakprocedure

Onderdeel van Inspraakverordening 2006 (versie 3)

1.. Op het verlenen van inspraak is de procedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, met dien verstande dat de termijn voor het ter inzage leggen van de stukken en het naar voren brengen van zienswijzen vier weken bedraagt. 2.. Het bestuursorgaan kan besluiten tot het toepassen van een andere inspraakprocedure dan bedoeld in het eerste lid, indien de aard van een beleidsvoornemen dat vereist. 3.. Het bestuursorgaan kan voor één of meer beleidsvoornemens met inachtneming van het eerste lid, standaardinspraakprocedures vaststellen. 4.. Een besluit als bedoeld in het tweede lid en de vaststelling van een procedure als bedoeld in het derde lid, worden ter kennis gebracht van de raad.

Rechtspraak bij dit artikel