**1..** Het College kan de voorziening jobcoaching inzetten voor personen zoals beschreven in artikel 1, lid 1 van deze verordening, die vanwege ziekte of gebrek zonder deze ondersteuning niet in staat zijn om opgedragen taken bij een werkgever uit te voeren.
**2..** De noodzaak van de voorziening wordt ten minste ieder half jaar beoordeeld door een arbeidsdeskundige en, indien wenselijk, een verzekeringsarts van de uitvoeringsorganisatie. Hierbij worden tevens de duur en de omvang van de voorziening bepaald zoals beschreven in artikel 6, lid 5, onder d en artikel 6, lid 6 van deze verordening.
**3..** Deze vorm van ondersteuning wordt maximaal 3 jaar ingezet.
**4..** De omvang bedraagt in het eerste jaar maximaal 10% van de werktijd, het tweede jaar maximaal 5% en het derde jaar maximaal 3%.
**5..** Voor de verdere voorwaarden met betrekking tot de voorziening jobcoaching worden dezelfde regels gehanteerd zoals beschreven door het UWV.
**6..** Wanneer er sprake is van een externe jobcoach, dient de jobcoachorganisatie als zodanig erkend te zijn door het UWV.
**7..** Toekenning van de voorziening jobcoaching vindt plaats op aanvraag van de betreffende werknemer èn werkgever.
Hoofdstuk 2 › § 3
Artikel 11