Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3

Artikel 12.

Schending inlichtingenplicht met benadeling gemeente

Onderdeel van Maatregelenverordening wet investeren in jongeren 2009

1.. Indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht, bedoeld in artikel 44, eerste lid, van de wet heeft geleid tot het ten onrechte toekennen of uitvoeren van het werkleeraanbod of tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van de inkomensvoorziening, wordt de maatregel afgestemd op de hoogte van het benadelingsbedrag. 2.. De maatregel bedoeld in het eerste lid wordt op de volgende wijze vastgesteld: bij een benadelingsbedrag tot € 1000,-: 10 procent van de WIJ-norm; bij een benadelingsbedrag van € 1000,- tot € 2000,-: 20 procent van de WIJ-norm; bij een benadelingsbedrag van € 2000,- tot € 4000,-: 40 procent van de WIJ-norm; bij een benadelingsbedrag van € 4000,- tot € 6.000-: 60 procent van de WIJ-norm; bij een benadelingsbedrag van € 6.000 of meer: 100 procent van de WIJ-norm. 3.. De duur van de maatregel, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld op een maand. 4.. De duur van de maatregel als bedoeld in het derde lid wordt verdubbeld, indien de jongere zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van het besluit waarbij een maatregel is opgelegd opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging binnen dezelfde of een hogere benadelingscategorie. Bij de verwijtbare gedraging binnen de hogere benadelingscategorie, wordt deze bepaling toegepast op de hoogste maatregel. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 6, tweede lid. 5.. De duur van de maatregel als bedoeld in het vierde lid van dit artikel wordt opnieuw verdubbeld indien de jongere binnen twaalf maanden na bekendmaking van het besluit waarbij de duur is verdubbeld zich opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging binnen dezelfde of hogere benadelingscategorie. Bij de verwijtbare gedraging binnen de hogere benadelingscategorie, wordt deze bepaling toegepast op de hoogste maatregel. 6.. Van een maatregel wordt afgezien: zodra ter zake van de gedraging strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting een aanvang heeft genomen; zodra het recht tot strafvervolging is vervallen, doordat het Openbaar Ministerie een schikking met belanghebbende heeft getroffen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel