Hoogwaardige handhaving is vertaald in vier visie-elementen (ook wel aandachtsgebieden genoemd) met bijbehorende handhavingsinstrumenten. Hierbij is tevens gekeken of het accent binnen die elementen ligt op preventie of repressie.
In dit plan wordt de inhoudelijke visie op handhaving omgezet in een concrete aanpak.
De dienstverlening van gemeenten is erop gericht om klanten te begeleiden naar werk. Klanten krijgen onder voorwaarden een re-integratie- of participatieaanbod (scholing, gesubsidieerd werk, tijdelijk of deeltijdwerk of sociale activering) naast de uitkering. Klanten zijn verplicht om te solliciteren naar alle soorten van normaal werk. Ze kunnen geen eisen stellen aan salarisniveau, opleidingsniveau of vereiste ervaring. En ze moeten ook tijdelijk werk, deeltijdwerk en flexibel werk via een uitzendbureau aanvaarden. Wie aan het werk is, heeft minder gelegenheid tot frauderen met een uitkering. Re-integratie is daarmee ook een belangrijk handhavingsinstrument.
Door handhaving integraal te verbinden aan re-integratie ontstaat een sluitende aanpak, ook wel de cirkel van naleving genoemd. De cirkel van naleving is in wezen het model van methodisch werken op het terrein van handhaving. De kern daarvan is dat het effectiever is aan te zetten tot wenselijk gedrag (zoeken naar werk) dan te bestraffen. De cirkel van naleving verbindt zo rechtmatigheid met doelmatigheid. De cirkel van naleving is gericht op effectief werken. Hierbij treedt enige standaardisatie op, maar dit is geen doel op zich.
Handhaven is zo de hoeksteen van de uitvoering en niet het sluitstuk. Alle elementen van de cirkel van naleving stimuleren klanten om de verplichtingen van de bijstand na te leven en dragen zo bij aan de doelmatigheid van re-integratie en participatie. Van vroegtijdig informeren, zo goed mogelijk uitvoeren van de dienstverlening en controleren op maat tot het eventuele daadwerkelijk sanctioneren.
‘De cirkel van naleving’ (het handhavingsproces in beeld):
Als klanten hun (re-integratie)verplichtingen en afspraken nakomen, levert dat hen winst op in de vorm van werk, participatie in de samenleving of bijvoorbeeld (bij- en om)scholing of training. Ook belonen gemeenten goed nalevingsgedrag door minder vaak informatie op te vragen. Maar gemeenten moeten het schenden van afspraken en niet-nakomen van verplichtingen blijven voorkomen. Dit kan door heldere voorlichting over rechten en plichten, optimale dienstverlening waarin de gemeente afspraken binnen de gestelde termijnen nakomt en (de perceptie van) een hoge pakkans bij misbruik en daadwerkelijk sanctioneren.
Meer concreet ziet het er als volgt uit:
Preventief; voorkómen van misbruik en oneigenlijk gebruik door:
Vroegtijdig en goed informeren: Klanten en burgers moeten vroegtijdig en goed geïnformeerd worden over de rechten en plichten.
Optimaliseren dienstverlening: de dienstverlening op het gebied van handhaving moet geoptimaliseerd worden. De regels en de controlepraktijk die daaruit voortvloeit vergen acceptatie. Dat wordt vergemakkelijkt als zo min mogelijk organisatorische of procedurele drempels worden opgeworpen, gebaseerd op wederkerigheid (wie goed doet, goed ontmoet).
Repressief; bestrijden van misbruik en oneigenlijk gebruik en door:
Vroegtijdige detectie: misbruik en oneigenlijk gebruik en vroegtijdig constateren en afhandelen.
De pakkans bij overtreding wordt daardoor als hoog ervaren.
Daadwerkelijk sanctioneren: geconstateerd misbruik en oneigenlijk gebruik en metterdaad sanctioneren.
Sanctie moet voldoende preventief effect hebben en de sanctie dient ook daadwerkelijk opgelegd en uitgevoerd te worden; lik op stuk.
In schema:
Zoals gezegd is het handhavingsbeleid erop gericht de (spontane) nalevingsbereidheid van burgers te vergroten. De bovenstaande vier elementen dragen daar elk op een eigen manier aan bij. De kans dat mensen zich (spontaan) aan wet en regels houden, wordt immers groter als zij:
Goed geïnformeerd zijn over hun rechten en plichten;
De regels – en de controlepraktijk die daaruit voortvloeit – accepteren. Dat wordt vergemakkelijkt als zo min mogelijk organisatorische of procedurele drempels worden opgeworpen;
De pakkans bij overtreding als hoog ervaren;
Voldoende worden afgeschrikt door opgelegde én uitgevoerde sancties (die overigens wel in proportie moeten zijn).
De kern van de visie op hoogwaardig handhaven is nu om de vier elementen in samenhang uit te voeren, zodat ze elkaar wederzijds versterken en een goede balans gevonden wordt tussen preventie en repressie.
De samenhang ziet er als volgt uit: preventieve activiteiten versterken het draagvlak bij de burgers. Dit maakt het mogelijk om repressieve elementen in te zetten: intensieve controle op maat, feitelijke sanctionering.
Aan de hand van de vier visie-elementen wordt in hoofdstuk 3 de handhaving in de praktijk beschreven en een aantal handhavingsactiviteiten en -instrumenten kort benoemd. De specifieke beschrijving van deze activiteiten en instrumenten, de manier hoe deze worden ingezet en door wie, wordt door de directie vastgelegd in nader op te stellen uitvoerings-notities.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.3
Visie: De cirkel van naleving
Onderdeel van Uitvoeringsbesluit hoogwaardig handhaven en debiteuren Participatiewet, IOAW en IOAZ Maastricht-Heuvelland 2016 e.v.