Vroegtijdige detectie
Overtredingen vroegtijdig constateren en afhandelen. Ondanks alle te nemen maatregelen kan het toch nog een keer mis gaan. Daarom zijn detectie en vroegtijdig signaleren van het niet nakomen van verplichtingen van groot belang. Hoe eerder e.e.a. wordt ontdekt hoe eerder men maatregelen kan nemen. Hierdoor wordt het afhandelingsproces verkort en de slagingskans verhoogd.
Tevens wordt hierdoor de hoogte van de vordering verlaagd en de invordering eenvoudiger (bv verrekening bij detectie binnen 3 maanden). Door de pakkans bij overtreding als hoog te laten ervaren ontstaat er een preventieve werking. Hierbij wordt het principe van signaal-sturing gehanteerd. Signaalsturing, het woord zegt het al, kenmerkt zich door controles naar aanleiding van een signaal. Dit signaal kan op diverse manieren tot stand komen (digitaal, anonieme tips, observatie door medewerkers). Hierbij wordt gebruik gemaakt van de voorhanden zijnde digitale instrumenten, zoals bijvoorbeeld het Inlichtingenbureau. Verder is het van groot belang dat medewerkers in staat zijn signalen te herkennen en dat hier op de juiste wijze naar wordt gehandeld.
De specifieke beschrijving van deze activiteiten en instrumenten, de manier hoe deze worden ingezet en door wie, wordt door de directie vastgelegd in nader op te stellen uitvoeringsnotities.
Sanctioneren
De beide aanscherpingen van de WWB die thans ook gelden binnen de Participatiewet verplichten gemeenten om bij schending van de inlichtingenplicht boeten op te leggen en bij niet nakoming van uniforme re-integratieverplichtingen strenge maatregelen toe te passen.
In het kader van hoogwaardig handhaven werd vanuit een “lik op stuk beleid” al zo spoedig mogelijk na vaststelling van de overtreding gesanctioneerd. De Participatiewet brengt daarin geen verandering. Ook nu wordt die lijn voortgezet. Alleen gaat het door de aanscherpingen om forse boeten en maatregelen. Bij het opleggen moet natuurlijk de hoogst mogelijke zorgvuldigheid worden betracht.
Wanneer het niet of onvoldoende voldoen aan de verplichtingen zonder gevolgen blijft, is dit niet alleen zonde van de reeds verrichte werkzaamheden, het is ook een aanmoediging tot (het voorzetten van) misbruik. Dit dient voorkomen te worden door zo spoedig mogelijk nadat de overtreding is vastgesteld daadwerkelijk te sanctioneren. De sanctie dient een voldoende afschrikkend effect te hebben en ook daadwerkelijk te worden opgelegd en uitgevoerd. Met het daadwerkelijk en zo kort mogelijk na constatering van de overtreding sanctioneren wordt ook beoogd dat dit bijdraagt aan het verhogen van de spontane nalevingsbereidheid.
In het kader van het begrip “misbruik en oneigenlijk gebruik mag niet lonen” is het daadwerkelijk sanctioneren een belangrijk onderdeel. Het vormt een essentieel onderdeel van het ‘lik op stuk beleid’.
De hoogte van de boeten is vastgelegd in de Participatiewet.
De wetgever heeft na jurisprudentie wel een aanpassing van de Sociale Zekerheidswetten rondom de boeten doorgevoerd. Die aanpassingen komen er -kort weergegeven- op neer dat bij het bepalen van de hoogte van de boeten het evenredigheidsbeginsel consequent moet worden toegepast. In het Uitvoeringsbesluit Boeten zijn al criteria aangereikt om de boete te matigen op grond van verminderde verwijtbaarheid.
De hoogte van de maatregelen is nader uitgewerkt in de Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Maastricht-Heuvelland 2016 e.v.
Binnen de uitvoering van sociale zekerheidswetten is tevens bepaald dat de gemeente actief moet controleren of een klant zich inspant om uitkeringsonafhankelijk te worden. Dit betekent dat een klant, wanneer van toepassing, zijn arbeidsverplichtingen dient na te komen. Tevens wordt verwacht dat de klant zijn volledige medewerking verleend ten aanzien van een ingezet traject. Wanneer dit niet het geval is, dient op eenzelfde consequente wijze een maatregel opgelegd te worden. De hoogte van deze maatregelen is tevens vastgelegd in de hiervoor genoemde afstemmingsverordening.
Activiteiten en Instrumenten
De instrumenten die kunnen worden gebruikt zijn o.a.: Basisregistratie personen (BRP), Inlichtingenbureau, Suwinet, Huisbezoeken en Maatregelen.
Maar ook Terugvordering en Verhaal, Incasso en Boeten behoren tot deze instrumenten en worden nader uitgewerkt in hoofdstuk 3 omdat deze instrumenten onderdeel uitmaken van het onderwerp Debiteuren.
De verdere specifieke beschrijving van deze activiteiten en instrumenten, de manier hoe deze worden ingezet en door wie, wordt door de directie vastgelegd in nader op te stellen uitvoeringsnotities.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.4.2
Repressief
Onderdeel van Uitvoeringsbesluit hoogwaardig handhaven en debiteuren Participatiewet, IOAW en IOAZ Maastricht-Heuvelland 2016 e.v.