**1..** Het college ziet af van het opleggen van een maatregel indien:
elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt, of
de gedraging meer dan zes maanden vóór constatering van die
gedraging heeft plaatsgevonden, tenzij de gedraging een
schending van de inlichtingenplicht inhoudt en als gevolg
daarvan ten onrechte bijstand is verleend;
vijf jaren zijn verstreken nadat de gedraging betreffende
een schending van de inlichtingenplicht heeft
plaatsgevonden.
**2..** Het college kan afzien van het opleggen van een maatregel indien het
daarvoor dringende redenen aanwezig acht.
**3..** Indien het college afziet van het opleggen van een maatregel op
grond van dringende redenen, wordt de belanghebbende daarvan
schriftelijk mededeling gedaan.
HOOFDSTUK 1
Artikel 6
Afzien van het opleggen van een maatregel
Onderdeel van Maatregelenverordening Wet werk en bijstand 2004