**1..** Is in de referteperiode een maatregel als gevolg van schending van re-integratie- of participatieverplichtingen opgelegd, dan kan daaraan de conclusie worden verbonden dat belanghebbende onvoldoende inspanningen heeft verricht om tot inkomensverbetering te komen en komt hij niet in aanmerking voor een individuele inkomenstoeslag.
**2..** Wanneer belanghebbende tijdens de referteperiode meer dan 2 maal een maatregel is verstrekt wegens het niet inschrijven c.q. tijdig verlengen van zijn inschrijving als werkzoekende kan er worden gesproken van frustreren van het re-integratieproces en bestaat er in beginsel geen recht op een individuele inkomenstoeslag.
**3..** Indien de belanghebbende op de peildatum of in de referteperiode een opleiding volgt of heeft gevolgd als bedoeld in de Wet op de studiefinanciering (WSF) of de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten(Wtos) bestaat er in beginsel zicht op inkomensverbetering en dus geen recht op de individuele inkomenstoeslag.
Bij de beoordeling of een student in een concreet geval al dan niet recht heeft op een inkomenstoeslag dient onderzocht te worden of er in het individuele geval ten gunste van belanghebbende dient te worden afgeweken van het vastgestelde beleid (artikel 4:84 Awb).
**4..** Belanghebbenden, die in de referteperiode in detentie hebben verbleven komen niet in aanmerking voor de individuele inkomenstoeslag omdat hun het verwijt treft dat ze zich door eigen toedoen in een situatie hebben gebracht waardoor sprake is van het zich niet of onvoldoende inspannen om tot inkomensverbetering te komen.
Wanneer er sprake is van een bijzondere vorm van detentie kan de belanghebbende wel in aanmerking komen voor de individuele inkomenstoeslag.
**5..** Er bestaat geen recht op een inkomenstoeslag als belanghebbende of diens partner in de referteperiode buiten Nederland heeft verbleven en het verblijf per kalenderjaar bezien, langer was dan de periode genoemd in artikel 13 lid 1 onder e of artikel 13 lid 4 onder a van de Participatiewet. Bij een verblijf in het buitenland tijdens de referteperiode is niet objectief vast te stellen of iemand voldoet aan de bepalingen onder artikel 2 en 3.
Indien belanghebbende objectief kan aantonen tijdens zijn verblijf in het buitenland wel te hebben voldaan aan de bepalingen rond langdurig laag inkomen en inspanningen te hebben gedaan om te komen tot inkomensverbetering, dan kan hij wel in aanmerking komen voor de individuele inkomenstoeslag.