Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 12

Artikel 12

Onderdeel van Monumentenverordening 2010 (1ste wijziging)

1.. Een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 11 moet schriftelijk worden ingediend bij het college. Bij het indienen van de aanvraag moet de aanvrager gebruik maken van de door of namens het college vastgestelde formulieren. Het bepaalde in artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing. 2.. Indien de aanvraag in behandeling wordt genomen, publiceert het college de aanvraag op de gebruikelijke wijze en legt deze voor een ieder ter inzage. Belanghebbenden kunnen binnen een termijn van veertien dagen zienswijzen indienen met betrekking tot de aanvraag om vergunning. 3.. Het college zendt onmiddellijk een afschrift van de ontvankelijke aanvraag om vergunning om advies aan de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. 4.. De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit adviseert schriftelijk over de aanvraag binnen twee maanden na de datum van verzending van het afschrift. 5.. Indien de werkzaamheden waarvoor de aanvraag wordt ingediend, gevolgen hebben voor de aanwijzing als beschermd gemeentelijk monument, wordt de aanvraag tevens gezien als een verzoek tot wijziging dan wel intrekking van de aanwijzing. 6.. Indien de werkzaamheden waarvoor de aanvraag wordt ingediend, gevolgen hebben voor de aanwijzing als beschermd gemeentelijk monument, adviseert de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit over de wijziging dan wel intrekking van de aanwijzing. 7.. Binnen twaalf weken na ontvangst van de aanvraag neemt het college een beslissing. Het bepaalde in artikel 4:15 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing. 8.. Indien het college besluit tot het al dan niet verlenen van de vergunning welke gevolgen heeft voor de aanwijzing als beschermd gemeentelijk monument, heeft hij daarmee tevens besloten tot het al dan niet wijzigen dan wel intrekken van de aanwijzing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel