Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 15

Artikel 15

Onderdeel van Monumentenverordening 2010 (2e wijziging)

1.. Het college geeft van het voornemen tot aanwijzing als beschermd beeldbepalend pand kennis aan de eigenaren en andere zakelijk gerechtigden en voorts aan degene die om aanwijzing heeft verzocht. De kennisgeving geschiedt schriftelijk; in spoedeisende gevallen kan hiervan worden afgeweken. 2.. Om aantasting van een pand dat nog niet is aangewezen als beschermd beeldbepalend pand, te voorkomen, kan het college artikelen 18, 19, en 20 van overeenkomstige toepassing verklaren. Hiertoe kan worden besloten met ingang van de datum van: de kennisgeving aan de eigenaar en andere zakelijk gerechtigden als bedoeld in het eerste lid of: van de uitnodiging tot het horen als bedoeld in artikel 14, tweede lid en eindigt op het moment dat de aanwijzing en registratie als bedoeld in artikel 16 plaatsvindt, dan wel vaststaat dat het pand niet wordt geregistreerd. 3.. Het college beslist binnen 6 maanden na ontvangst van het verzoek tot aanwijzing. 4.. Het college maakt het besluit tot aanwijzing als beschermd beeldbepalend pand binnen 4 weken na de datum van het besluit openbaar bekend. 5.. De aanwijzing van een beeldbepalend pand, gelegen buiten een gebied dat is aangewezen als beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in artikel 21 van deze verordening of artikel 35 van de Monumentenwet 1988, vervalt op het moment dat het bestemmingsplan in werking is getreden waarin voor het beeldbepalende pand een vergunningvereiste is opgenomen voor het geheel of gedeeltelijk afbreken van het pand.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel