Naar hoofdinhoud

Artikel 10

Veiligheid

Onderdeel van Nadere regelgeving peuterspeelzaalwerk 2008

1.. De voorzieningen voor brandveiligheid en veilige ontvluchting bij brand moeten voldoen aan de richtlijnen van gebouwen NEN 3892 en NEN 3894 van het Nederlands Normalisatie Instituut. 2.. In de peuterspeelzaal is een brandblusapparaat aanwezig, dat jaarlijks dient te worden gekeurd. 3.. Alle door de commandant van de brandweer of door de dienst RO van de gemeente Apeldoorn te geven aanwijzingen met betrekking tot de bestaande veiligheidsvoorschriften dienen onverwijld te worden opgevolgd. 4.. Buitendeuren en -vensters zijn zodanig beveiligd, dat kinderen niet ongemerkt de peuterspeelzaal kunnen verlaten en onbevoegden niet ongemerkt kunnen binnentreden. 5.. De verwarmingsapparaten zijn zodanig opgesteld en uitgevoerd, dat de kinderen zich daaraan niet kunnen verwonden en de bedieningsorganen niet kunnen bereiken. 6.. Wandcontactdozen dienen te zijn geaard en te zijn afgeschermd en bij voorkeur onbereikbaar te zijn voor kinderen. 7.. Ruiten beneden 1.20 meter dienen te zijn vervaardigd van veiligheidsglas. 8.. Voorwerpen en vloeistoffen die gevaar voor kinderen kunnen opleveren (schoonmaak-artikelen, medicamenten, elektrische apparaten, servies, bestek e.d.) moeten buiten bereik van kinderen worden opgeborgen. 9.. In de peuterspeelzaal is een telefoon aanwezig. In de onmiddellijke nabijheid daarvan bevinden zich het algemeen alarmnummer, de telefoonnummers van de ouders en het nummer waarop de peuterspeelzaal zelf te bereiken is. 10.. In de peuterspeelzaal is een volledig uitgeruste EHBO-trommel aanwezig en een zogenaamde giflijst. 11.. Speelgoed levert geen gevaar op voor de kinderen. Klim- en klautermateriaal, zowel voor binnen als buiten, voldoet aantoonbaar (middels een logboek) aan de eisen gesteld in het Besluit attractie- en speeltoestellen.

Rechtspraak bij dit artikel