Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben, dan wel toe te laten dat dergelijke handelingen worden verricht.
Het college kan ontheffing verlenen van het eerste lid.
In afwijking van het eerste lid is het toegestaan, indien geen afvalstoffen worden verbrand en indien dat geen gevaar, overlast of hinder oplevert voor de omgeving:
verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke te gebruiken;
sfeervuren, zoals terrashaarden en vuurkorven, in gebruik te hebben;
vuur voor koken, bakken en braden aan te leggen.
Het college kan nadere regels vaststellen omtrent het aanleggen van vuren en het gebruik van verlichting als bedoeld in het derde lid van dit artikel.
Het eerste lid geldt niet voor zover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht of de Provinciale milieuverordening Noord-Brabant 2010.
Afdeling 6 Verstrooiing van as
Hoofdstuk
Artikel 5.5.1
Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Eindhoven (APV)