Het college kan afzien van het nemen van een terugvorderingsbesluit of van verdere invordering:
als na verrekening van het openstaande vakantiegeld of een nabetaling van bijstand of inkomensvoorziening nog een vordering van € 100,00 of lager overblijft, vindt geen terugvordering plaats van dit restantbedrag als de vordering niet is ontstaan door verwijtbaar gedrag van belanghebbende en belanghebbende geen uitkering of inkomensvoorziening van de afdeling Sociale Zaken meer ontvangt;
terzake van betalingen die gedaan zijn meer dan 6 maanden na bekend worden van gegevens bij het college die hadden moeten leiden tot wijziging of beëindiging van de bijstand of de inkomensvoorziening, tenzij de belanghebbende de inlichtingenplicht heeft geschonden;
als hiertoe naar het oordeel van het college een dringende reden aanwezig is.
Hoofdstuk
Artikel 2.
Afzien van terugvordering
Onderdeel van Beleidregels Terugvordering 2016 en volgende jaren