In deze verordening wordt verstaan onder:
college: het college van burgemeester en wethouders van
Apeldoorn;
RDW: de RijksDienst voor het Wegverkeer, gevestigd te
Zoetermeer;
RVV 1990:
het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;
motorvoertuig:
hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990;
parkeren:
het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten stilstaan
van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor
en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van
passagiers of voor het onmiddellijk laden of lossen van
goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar
verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen
of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is
verboden;
houder:
degene die naar omstandigheden als houder van een voertuig moet
worden beschouwd, met dien verstande dat voor een motorvoertuig
dat is ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet
aangehouden register van opgegeven kentekens als houder wordt
aangemerkt degene op wiens naam het voor het motorvoertuig
opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in het register
was ingeschreven;
parkeerapparatuur:
parkeermeters, parkeerautomaten en hetgeen naar maatschappelijke
opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan;
parkeerapparatuurplaats:
een parkeerplaats behorende bij parkeerapparatuur;
belanghebbendenplaats:
een parkeerplaats die:
is aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990,
of
gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit
bijlage 1 van het RVV 1990 met het opschrift zone, voor
zover deze plaats niet is uitgezonderd;
vergunning:
een door het college verleende vergunning, krachtens welke het
is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe
aangewezen parkeerapparatuur- en/ of belanghebbendenplaatsen;
vergunninghouder:
de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een vergunning
is verleend.