Naar hoofdinhoud

Afdeling I

Artikel 1

Artikel 1

Onderdeel van Parkeerverordening 2004

In deze verordening wordt verstaan onder: college: het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn; RDW: de RijksDienst voor het Wegverkeer, gevestigd te Zoetermeer; RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990; parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten stilstaan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden of lossen van goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden; houder: degene die naar omstandigheden als houder van een voertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een motorvoertuig dat is ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet aangehouden register van opgegeven kentekens als houder wordt aangemerkt degene op wiens naam het voor het motorvoertuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in het register was ingeschreven; parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan; parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats behorende bij parkeerapparatuur; belanghebbendenplaats: een parkeerplaats die: is aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990, of gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990 met het opschrift zone, voor zover deze plaats niet is uitgezonderd; vergunning: een door het college verleende vergunning, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen parkeerapparatuur- en/ of belanghebbendenplaatsen; vergunninghouder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een vergunning is verleend.

Rechtspraak bij dit artikel