**1..** De persoon, aan wie een maatwerkvoorziening in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget is verleend, is een bijdrage verschuldigd.
**2..** Het bepaalde in de voorgaande leden blijft buiten toepassing als:
de maatwerkvoorziening bestaat uit een rolstoel;
het een maatwerkvoorziening betreft in gemeenschappelijke ruimten van wooncomplexen;
de maatwerkvoorziening, een hulpmiddel is voor een belanghebbende jonger dan 18 jaar;
**3..** De hoogte van de bijdrage voor een maatwerkvoorziening wordt vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.1, lid 1 van het Uitvoeringsbesluit maatschappelijke ondersteuning 2015, zoals jaarlijks aangepast door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en bedraagt nooit meer dan:
de kostprijs van de maatwerkvoorziening in natura;
de hoogte van het persoonsgebonden budget voor een maatwerkvoorziening;
**4..** De termijn van de inning van bijdrage voor een maatwerkvoorziening is:
gelijk aan de verstrekkingsduur van een maatwerkvoorziening in natura, anders dan in eigendom;
gelijk aan de verstrekkingsduur van een periodiek persoonsgebonden budget;
gelijk aan de termijn die geldt tot de kostprijs van de voorziening is betaald. Deze termijn wordt in de toekenningsbeschikking van het persoonsgebonden budget voor een maatwerkvoorziening vermeld.
**5..** De inning van de bijdrage voor een maatwerkvoorziening stopt te allen tijde bij het overlijden van belanghebbende of bij beëindiging van de maatwerkvoorziening.
Hoofdstuk 5
Artikel 12.
Bijdrage voor maatwerkvoorzieningen
Onderdeel van Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning Zoeterwoude 2016-II