Een aantal woonvoorzieningen zijn algemeen gebruikelijk en vallen daarom onder de eigen verantwoordelijkheid van de burgers. Het zijn voorzieningen die ook gebruikt worden door mensen zonder beperking en breed verkrijgbaar zijn, o.a. in bouwmarkten. Wat algemeen gebruikelijk is en tot iemands eigen verantwoordelijkheid kan worden gerekend moet ook gerelateerd worden aan de beperking, de leeftijd, de woonwens en de woonsituatie van iemand. Verwacht mag worden dat mensen tijdig maatregelen treffen om de woning te kunnen blijven gebruiken, ook al worden ze ouder of neemt de beperking toe, bijvoorbeeld door adequate vervanging van het sanitair of, bij het leggen van nieuwe vloeren, door het verwijderen van drempels. Wat algemeen gebruikelijk is, is ook aan maatschappelijke ontwikkelingen onderhevig en kan in de loop der jaren veranderen. Voor een overzicht wordt verwezen naar bijlage 1
Tijdens het onderzoek zal, in volgorde, het volgende worden afgewogen:
geen ondersteuning als de aanpassing voorzienbaar was en het tot iemands eigen verantwoordelijkheid gerekend kan worden hierin te voorzien: b.v. een ouder iemand vernieuwt de badkamer en zorgt niet voor een adequate douche.
geen ondersteuning als de voorziening ouder is dan 20 jaar. Op dat moment is een vervanging algemeen gebruikelijk. Alleen eventuele kosten die specifiek betrekking hebben op de beperking komen dan voor ondersteuning in aanmerking.
Is een voorziening tussen de 15 en 20 jaar oud, dan komt nog maximaal 25% voor vergoeding in aanmerking.
als de voorziening tussen de 10 en 15 jaar oud is wordt nog maximaal 50% van de noodzakelijke aanpassingskosten vergoed.
als de voorziening tussen de 5 en 10 jaar oud is wordt nog maximaal 75% van de noodzakelijke aanpassingskosten vergoed.
als de voorziening jonger is dan 5 jaar worden alle aanpassingskosten vergoed, mits de aanpassingen voorzienbaar waren, zoals bedoeld in artikel 3.3.4.
Bovenstaande termijnen gelden voor zowel woningen in eigendom, als huurwoningen. Mocht een verhuurder bij een oudere voorziening niet een deel van de kosten op zich willen nemen, op basis van binnen de woningbouwverenigingen bestaand beleid op dit punt, dan wordt met de verhuurder in overleg getreden en wordt geprobeerd tot een maatwerkoplossing te komen.
Geen ondersteuning wordt verleend als het te bereiken resultaat ook bereikt kan worden door de hulp van huisgenoten. Van huisgenoten mag verwacht worden dat ze, bijvoorbeeld, was – in en uit de machine halen die op zolder staat.
Verhuizing algemeen gebruikelijk
Een verhuizing wordt eveneens algemeen gebruikelijk geacht. Volgens gegevens van het Planbureau voor de Leefomgeving verhuizen Nederlanders gemiddeld zeven keer in hun leven. Dat is dus gemiddeld één keer in de tien jaar. Het verhuizen behoort voor een ieder dus tot het normale leven en een ieder heeft dus enkele malen in het leven verhuiskosten. In uitzonderingsgevallen, bijvoorbeeld bij een plotseling noodzakende verhuizing, kan wel een verhuiskostenvergoeding in de vorm van een persoonsgebonden budget worden verstrekt.
HOOFDSTUK 4: › DEEL 4:
Artikel 4.7.1
Algemeen gebruikelijke woonvoorzieningen
Onderdeel van Besluit nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Simpelveld 2016