Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 6:

Artikel 6.5

Controle persoonsgebonden budget

Onderdeel van Besluit nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Simpelveld 2016

1.. Het college onderzoekt uit het oogpunt van kwaliteit van de maatwerkvoorziening de bestedingen van het persoonsgebonden budget. 2.. Een ieder die een persoonsgebonden budget in het kader van een maatwerkvoorziening heeft gekregen, legt verantwoording af over de besteding en inzet van het budget. 3.. De verantwoording voor wat betreft een PGB voor aanschaf van voorzieningen wordt afgelegd binnen zes weken na de ontvangst van de maatwerkvoorziening. 4.. De verantwoording voor wat betreft een PGB voor wonen is als volgt: Terstond na de voltooiing van de werkzaamheden doch uiterlijk binnen 12 maanden na het afgeven van de beschikking waarin het persoonsgebonden budget voor de woonvoorziening wordt verleend, verklaart diegene aan wie de woonvoorziening is toegekend, aan het college dat de bedoelde werkzaamheden zijn voltooid. De gereedmelding als bedoeld in het derde lid is tevens een verzoek om vaststelling en uitbetaling van de voorziening. De gereedmelding bedoeld in het derde lid gaat vergezeld van een verklaring dat bij het treffen van de voorzieningen is voldaan aan de voorwaarden waaronder de woonvoorziening is verleend. Degene aan wie de woonvoorziening wordt verleend dient gedurende een periode van twee jaar alle rekeningen en betalingsbewijzen met betrekking tot de werkzaamheden ter controle beschikbaar te houden 4.. De verantwoording voor wat betreft een PGB voor diensten is als volgt geregeld: Er wordt een controle gehouden bij de groep budgethouders waarbij de Sociale Verzekeringsbank een signaal heeft afgegeven, aangevuld met de budgethouders die een betaling hebben ontvangen van de Sociale Verzekeringsbank en waarbij geen bijzonderheden zijn gesignaleerd, 6 maanden na de begindatum van de indicatie of in het kader van een heronderzoek. 5.. Tijdens de controle worden de voorwaarden en criteria zoals genoemd in 6.1 en 6.2 van deze nadere regels besluit getoetst. 6.. Indien uit de controle blijkt dat de budgethouder: niet heeft voldaan aan de voorwaarden en criteria zoals genoemd in de artikelen 6.1 en 6.2 van dit besluit; het persoonsgeboden budget niet of niet geheel heeft besteed aan de maatwerkvoorziening waarvoor het bedoeld is; wordt het niet verantwoorde deel teruggevorderd. 7.. Na aanschaf van de maatwerkvoorziening waarvoor het persoonsgebonden budget verstrekt is, dan wel na afloop van de periode waarop het persoonsgebonden budget van toepassing is, wordt aan het college door de budgethouder, voor zover van toepassing, verstrekt: de nota/factuur van de aangeschafte voorziening; een betalingsbewijs van de aangeschafte voorziening. 8.. Indien uit de controle blijkt dat de budgethouder: niet heeft voldaan aan de voorwaarden en criteria zoals genoemd in artikel 6.1 en 6.2 van deze nadere regels; het persoonsgebonden budget niet heeft besteed aan de ondersteuning waarvoor hij bedoeld is; de gegevens van de Sociale Verzekeringsbank en de controle niet overeen komen; volgt er bij het volgende verantwoordingsmoment een vervolgcontrole. 9.. Indien uit de vervolgcontrole, zoals bedoeld in het vijfde lid van dit artikel, blijkt dat voldaan wordt aan de voorwaarden en criteria als genoemd in artikel 6.1 en 6.2 van deze nadere regels en het persoonsgebonden budget juist besteed is, zullen de daaropvolgende verantwoordingsmomenten, als bedoeld in derde lid van dit artikel, worden uitgevoerd. 7.. Indien uit de vervolgcontrole blijkt dat het persoonsgebonden budget wederom onrechtmatig besteed en/of niet aan de voorwaarden en criteria zoals genoemd in artikel 6.1 en 6.2 van deze nadere regels wordt voldaan, zal de verstrekkingsvorm omgezet worden naar Zorg-In-Natura (ZIN), onverminderd het bepaalde in artikel 2.3.10 van de wet. 8.. Bij budgethouders die een terugbetalingsregeling hebben getroffen die langer duurt dan 12 maanden, zal wederom een controle uitgevoerd worden vanwege een eerder ten onrecht genoten persoonsgebonden budget. 9.. Als de budgethouder, bij de intensieve verantwoording het budget niet of niet volledig kan verantwoorden, wordt het niet verantwoordde deel teruggevorderd. 10.. Indien uit de controle blijkt dat het toegekende persoonsgebonden budget te hoog of te laag blijkt te zijn, is het college bevoegd om het budget tussentijds aan te passen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel