**1..** Burgemeester en wethouders weigeren de urgentieverklaring
indien naar hun oordeel sprake is van één of meerdere van de
volgende omstandigheden:
het huishouden van de aanvrager voldoet niet aan de
in artikel 2.2.1 genoemde eisen;
er is geen sprake van een urgent
huisvestingsprobleem;
de aanvrager kon het huisvestingsprobleem
redelijkerwijs voorkomen of kan het
huisvestingsprobleem redelijkerwijs op een andere
wijze oplossen;
het huisvestingsprobleem kon worden voorkomen of kan
worden opgelost door gebruik te maken van een
voorliggende voorziening;
het aan de aanvraag ten grondslag liggende
huisvestingsprobleem is ontstaan als gevolg van een
verwijtbaar doen of nalaten van aanvrager of een lid
van zijn huishouden;
het aan de aanvraag ten grondslag liggende
huisvestingsprobleem kan niet of in onvoldoende mate
opgelost worden met verhuizing naar zelfstandige
woonruimte of andere zelfstandige woonruimte;
De aanvraag is ingediend binnen twee jaar nadat een
eerder aan aanvrager of een lid van zijn huishouden
verleende urgentieverklaring is vervallen of
ingetrokken met toepassing van artikel 2.6.9 of
2.6.10;
de aanvrager is niet in staat om in zijn bestaan of
in de kosten van bewoning van zelfstandige
woonruimte te voorzien;
de aanvrager in de periode direct voorafgaand aan
het indienen van de aanvraag blijkens diens
inschrijving in de basisadministratie niet tenminste
twee jaar onafgebroken in de gemeente waar de
urgentieverklaring wordt aangevraagd woonachtig
was;
het huishoudinkomen de DAEB-norm overschrijdt.
**2..** Indien de aanvraag betrekking heeft op indeling in een
urgentiecategorie bedoeld in artikel 2.6.8, eerste lid,
kunnen burgemeester en wethouders vervolgens het
aangevraagde weigeren indien de aanvrager gedurende de in
het vorige lid, onder i, bedoelde termijn niet heeft gewoond
in een zelfstandige en krachtens een besluit op grond van de
Wet ruimtelijke ordening voor permanente bewoning bestemde
woonruimte.
**3..** Burgemeester en wethouders weigeren vervolgens het
aangevraagde indien de aanvrager niet valt onder één van de
in artikel 2.6.6 tot en met 2.6.8 opgenomen
urgentiecategorieën.
HOOFDSTUK 2. › Afdeling 1. › Paragraaf 6
Artikel 2.6.5.
Algemene weigeringsgronden urgentieverklaring
Onderdeel van Huisvestingsverordening Amstelveen 2016