**1..** Een urgentieverklaring kan worden verleend aan een
woningzoekende die moet omzien naar woonruimte aansluitend
op verblijf in een instelling voor maatschappelijke opvang,
een psychiatrische instelling of een erkende hulp- of
dienstverleningsinstelling, indien:
de aanvrager tenminste twee van de drie jaren direct
voorafgaand aan het verblijf in de instelling
blijkens de inschrijving in de basisadministratie
woonachtig was in de woningmarktregio;
geen van de in artikel 2.6.5, eerste lid, aanhef en
onder a, c, d, f, h of j genoemde omstandigheden
zich voordoet; en,
de aanvrager, naar het oordeel van burgemeester en
wethouders voldoende zelfredzaam is.
**2..** Indien een urgentieverklaring als bedoeld in het eerste lid
wordt aangevraagd door een woningzoekende die verblijft in
een in de woningmarktregio gelegen instelling als bedoeld in
het eerste lid, zijn de volgende leden van toepassing
**3..** In afwijking van het bepaalde in artikel 2.6.1. en artikel
2.6.2, eerste lid, wordt op een aanvraag om een
urgentieverklaring waarmee een woningzoekende wordt
ingedeeld in een urgentiecategorie als bedoeld in het vorige
lid, besloten door burgemeester en wethouders van de
regiogemeente waar de locatie van de opvanginstelling waar
de woningzoekende verblijft resideert.
**4..** In afwijking van het bepaalde in artikel 2.6.4, eerste lid,
omvat het in de urgentieverklaring op te nemen zoekgebied e
regiogemeente waarin aanvrager tenminste twee van de drie
jaren direct voorafgaand aan het verblijf in de instelling
blijkens de inschrijving in de basisadministratie woonachtig
was, tenzij burgemeester en wethouders gelet op de
problematiek van aanvrager een andere regiogemeente in het
zoekgebied opnemen.
**5..** Het college van burgemeester en wethouders van de
regiogemeente die tot het in de urgentieverklaring opgenomen
zoekgebied behoort, stelt het in de urgentieverklaring op te
nemen woningtype vast, overeenkomstig het bepaalde in
artikel 2.6.3, tweede lid.