**1..** Burgemeester en wethouders kunnen de splitsingsvergunning
weigeren indien:
het gebouw of het gedeelte van het gebouw waarop de
vergunningaanvraag betrekking heeft, één of meer
woonruimten bevat die worden verhuurd of die
laatstelijk verhuurd zijn geweest;
dan wel het gebouw of gedeelte van een gebouw, voor
zover dit geheel of gedeeltelijk verhuurd is geweest
voor bewoning, in strijd met de voorschriften van
een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.5 dan
wel een inpassingsplan als bedoeld in artikel 3.26
of 3.28 van de Wet ruimtelijke ordening of met enig
wettelijk voorschrift, geheel of gedeeltelijk voor
een ander doel dan voor bewoning in gebruik
genomen;
de maximale huurprijs voor één of meer van die
woonruimte de huurtoeslaggrens niet te boven
gaat;
niet gewaarborgd is dat die woonruimte(n) na de
voorgenomen splitsing bestemd blijft of blijven voor
verhuur ter bewoning en
het belang dat de aanvrager heeft bij splitsing niet
opweegt tegen het belang van het behoud van de
woonruimtevoorraad, voor zover die voor verhuur is
bestemd.
**2..** Burgemeester en wethouders kunnen de splitsingsvergunning
eveneens weigeren indien:
voor het gebied waarin het gebouw waarop de aanvraag
betrekking heeft is gelegen, een bestemmingsplan als
bedoeld in artikel 3.5 van de Wet ruimtelijke
ordening van kracht is, dan wel een ontwerp voor een
zodanig plan of zodanige verordening of voor een
herziening daarvan in procedure is;
het ontwerp voor dat plan of voor die verordening,
dan wel voor de herziening daarvan ter inzage is
gelegd voordat de aanvraag van de
splitsingsvergunning is ingediend, dan wel, indien
de aanvraag krachtens artikel 50 is aangehouden,
voor dat die aanhouding is geëindigd;
de voorgenomen splitsing naar het oordeel van
burgemeester en wethouders nadelig gevolgen kan
hebben voor de met het plan of die verordening
nagestreefde of na te streven doeleinden, en;
het belang dat de aanvrager bij splitsing heeft,
niet opweegt tegen het belang van het voorkomen van
belemmering van de modernisering of vervanging.
**3..** Burgemeester en wethouders kunnen de splitsingsvergunning
ten slotte weigeren indien;
de toestand van het gebouw waarop de aanvraag
betrekking heeft, zich uit een oogpunt van indeling
of de staat van onderhoud geheel of ten dele verzet,
en
de desbetreffende gebreken niet door het treffen van
voorzieningen of het aanbrengen van verbeteringen
kunnen worden opgeheven, dan wel onvoldoende
verzekerd is, dat die gebreken zullen worden
opgeheven.
Van gebreken als bedoeld in het voorgaande lid is in
ieder geval sprake, indien een handhavingsbesluit
ingevolge artikel 1b, tweede lid van de Woningwet is
genomen of is aangeschreven ingevolge de artikelen
13 of 13a van de Woningwet.
HOOFDSTUK 3 › Afdeling II. › Paragraaf 7.
Artikel 3.7.1.
Weigeringsgronden
Onderdeel van Huisvestingsverordening Amstelveen 2016