De meldcode bestaat uit 5 stappen. De medewerker leerplicht/RMC volgt deze
stappen.
Stap 1: In kaart brengen van signalen. De medewerker leerplicht/RMC brengt de
signalen die een vermoeden van huiselijk geweld of kindermishandeling
bevestigen of ontkrachten in kaart en leg deze vast in het leerlingdossier. Tevens
legt de medewerker leerplicht/RMC ook de contacten over de signalen vast,
evenals de stappen die worden gezet en de besluiten die worden genomen. De
medewerker leerplicht/RMC beschrijft de signalen zo feitelijk mogelijk.
Hypothesen en veronderstellingen worden vastgelegd, daarbij wordt uitdrukkelijk
opgenomen dat het gaat om een hypothese of veronderstelling. De medewerker
leerplicht/RMC maakt een vervolgaantekening als een hypothese of
veronderstelling later wordt bevestigd of ontkracht. De medewerker leerplicht en
RMC vermeldt de bron als er informatie van derden wordt vastgelegd. Diagnoses
worden alleen vastgelegd als ze zijn gesteld door een bevoegde beroepskracht.
Indien uit een vertrouwelijk gesprek met een leerling blijkt dat er mogelijk sprake
is van huiselijk geweld of kindermishandeling, dan meldt de medewerker
leerplicht/RMC aan de leerling dat hij of zij conform de meldcode zal handelen,
tenzij er zwaarwegende belangen van de leerling zijn om dit na te laten.
Betreffen de signalen huiselijk geweld of kindermishandeling gepleegd door een
beroepskracht, dan meldt de medewerker leerplicht en RMC de signalen bij de
leidinggevende of de directie. In dat geval zijn de verdere stappen niet van
toepassing.
Stap 2: Collegiale consultatie en zo nodig raadplegen van ’Veilig Thuis’. De medewerker
leerplicht/RMC bespreekt de signalen met een collega bij voorkeur een
medewerker leerplicht/RMC lokaal of regionaal. De medewerker leerplicht/RMC
vraagt zo nodig ook advies aan ’Veilig Thuis’. De medewerker leerplicht/RMC legt de
uitkomst van de bespreking vast in het leerlingdossier.
Stap 3: Gesprek met de leerling(ouder dan 12 jaar) en ouders/verzorgers. De
medewerker leerplicht/RMC nodigt de leerling en ouders/verzorgers uit om de
signalen te bespreken. Dit gesprek wordt bij voorkeur door twee medewerkers
gevoerd. In het gesprek komen de volgende onderwerpen aan de orde: het doel
van het gesprek, de feiten die de medewerker leerplicht/RMC heeft vastgesteld
en de waarnemingen die zijn gedaan. Aan de leerling en ouders/verzorgers wordt
gevraagd hierop te reageren.
De medewerker leerplicht/RMC komt pas na deze reactie zo nodig en zo mogelijk
met een interpretatie van hetgeen de medewerker leerplicht/RMC heeft gezien,
gehoord en waargenomen. De medewerker leerplicht/RMC vertelt de ouders wat
de vervolgeacties (kunnen) zijn. De medewerker leerplicht/RMC legt op
zorgvuldige wijze de bevindingen van het gesprek vast in het leerlingdossier.
Stap 4: Weeg de aard en de ernst van het huiselijk geweld of de
kindermishandeling. De medewerker leerplicht/RMC weegt op basis van de
signalen, van het ingewonnen advies en van het gesprek met de leerling en
ouders/verzorgers , en na consultatie van een collega bij voorkeur een
medewerker leerplicht/RMC lokaal of regionaal het risico op huiselijk geweld of
kindermishandeling. De medewerker leerplicht/RMC weegt eveneens de aard en
de ernst van het huiselijk geweld of de kindermishandeling. De medewerker
leerplicht/RMC legt zijn afwegingen vast in het leerlingdossier.
Stap 5: Beslissen: zelf hulp organiseren of melden. De medewerker
leerplicht/RMC weegt af of de leerling en zijn gezin redelijkerwijs voldoende tegen
het risico op huiselijk geweld of op kindermishandeling beschermd kan worden door
het inschakelen van de noodzakelijke hulp. De medewerker leerplicht/RMC plaatst
een melding in de verwijsindex Risicojongeren.
De medewerker leerplicht/RMC doet alsnog een melding van zijn vermoeden bij
’Veilig Thuis’ als er signalen zijn dat het huiselijk
geweld of de kindermishandeling niet stopt of opnieuw begint.
Alvorens dat de medewerker leerplicht/RMC een melding doet bespreekt hij deze
melding met de leerling(ouder dan 12 jaar) en ouders/verzorgers. In dit gesprek
geeft de medewerker leerplicht/RMC aan waarom hij van plan is de melding te
doen, vraagt de leerling en ouders/verzorgers om een reactie, hoort de eventuele
bezwaren op de melding aan en probeert hieraan tegemoet te komen en maakt
vervolgens de afweging over de noodzaak en de aard en ernst van het geweld en
de noodzaak om de leerling of ouders/verzorgers te beschermen. De medewerker
leerplicht/RMC legt het gesprek vast in het leerlingdossier.
De medewerker Leerplicht/RMC geeft bij de melding aan op grond van welke
feiten en gebeurtenissen hij of zij hiertoe besloten heeft. Tevens meldt de
medewerker leerplicht/RMC of er informatie van anderen afkomstig is. De
medewerker leerplicht/RMC legt de melding vast in het leerlingdossier.
Artikel 17
Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling Leerplicht
Onderdeel van Ambtsinstructie Regionaal Bureau Leerplicht/RMC Utrecht Noordwest 2016