Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Specifieke voorwaarden en bepalingen

Onderdeel van REGELING ONKOSTENVERGOEDING VRIJWILLIGERS 2005

2.1. Het college kan in de vorm van de niet-financiële normsubsidie aan een organisatie als bedoeld in artikel 1.2, onder c, subsidie toekennen met inachtneming van de in deze regeling opgenomen voorwaarden en bepalingen. 2.2. Het college wijst een instelling aan als bemiddelend orgaan dat wordt belast met het in ontvangst nemen van de subsidie-aanvragen, het van een beslisvoorstel voorzien doorgeleiden van de subsidie-aanvragen aan de functionaris, genoemd in artikel 5, en het feitelijk uitvoering geven aan de door voornoemde functionaris gehonoreerde subsidie-aanvragen. 2.3. Bij de onder artikel 2.1 bedoelde subsidieverstrekking worden de volgende criteria, met daaraan verbonden een prioriteitsvolgorde, gehanteerd: vrijwilligersprojecten door ouderen en/of gericht op het welzijn en zorg voor ouderen; vrijwilligersprojecten door jongeren en/of gericht op jongeren en/of kinderen; vrijwilligersprojecten ten behoeve van allochtonen; vrijwilligersprojecten gericht op zieken en gehandicapten; vrijwilligersprojecten van andere werksoorten dan welzijn en zorg. 2.4. Overige te hanteren criteria bij de onder artikel 2.1 bedoelde subsidieverstrekking kunnen zijn: aantal aanvragers; vergelijkbare organisaties; aantal vrijwilligers per organisatie; andere financieringsstromen. 2.5. Het college kan inzake de te verstrekken subsidie per organisatie jaarlijks een maximum bedrag vaststellen. 2.6. Bij de subsidieverstrekking zal het voor het betreffende subsidiejaar beschikbare subsidiebudget niet worden overschreden. Het te verstrekken subsidie kan in enig jaar lager zijn dan het subsidie dat de organisaties in het daaraan voorafgaande jaar van de gemeente hebben ontvangen als de beschikbare middelen en/of het aantal organisaties daartoe aanleiding geven. In verband hiermee zullen zonodig de subsidiebijdragen verhoudingsgewijs worden verlaagd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel