Een Drank- en Horecawetvergunning is vereist indien in een gelegenheid alcohol wordt geschonken aan klanten. Dat wil zeggen: in het geval alcohol wordt verkocht die mensen direct consumeren. Dit geldt zowel voor commerciële horecazaken, bijvoorbeeld een horecaondernemer met een café die voornemens is zwak- en of/ sterk alcoholische drank te schenken, alsook voor paracommerciële rechtspersonen, bijvoorbeeld kantines van sportverenigingen.
De Drank- en Horecawetvergunning is een aparte vergunning. Voor het exploiteren van een zaak waar alcohol wordt verkocht voor directe consumptie is in alle gevallen tevens een exploitatievergunning vereist. Deze beide vergunningen kunnen gelijktijdig worden aangevraagd. Zoals toegelicht in het juridisch kader landelijk onder het kopje Drank- en Horecawet, worden voor een Drank- en Horecawetvergunning eisen gesteld aan de inrichting van de horecazaak en aan de eigenaar en leidinggevenden van de horecazaak. Een Drank- en Horecawetvergunning wordt alleen verstrekt als de horecagelegenheid voldoet aan de gestelde eisen uit de Drank- en Horecawet.
Als de aanvraag volledig is ingediend en alle benodigde documenten zijn aangeleverd kan een aanvraag in behandeling worden genomen. Daarna duurt de aanvraagprocedure van een Drank- en Horecawetvergunning, mits er zich geen bijzondere situaties voordoen, maximaal acht weken. Deze periode kan ten hoogste met acht weken worden verlengd.
Naast de eisen die gesteld worden aan de persoon van de ondernemer en de leidinggevenden (zie Drank- en Horecawet onder juridisch kader landelijk) is het verplicht dat alle leidinggevenden worden vermeld op de vergunning. Is er sprake van een eenmanszaak of een vennootschap onder firma, dan is de ondernemer zelf ook leidinggevende. Bij een BV worden ook alle bestuurders als leidinggevenden beschouwd. Dit heeft als gevolg dat zij die als leidinggevende worden beschouwd ook dienen te voldoen aan de eisen die gesteld worden aan de leidinggevende. 26 Voor een beperkt aantal leidinggevenden, voor wiens rekening en risico het horecabedrijf wordt uitgeoefend, geldt een uitzondering met betrekking tot de vereiste om te beschikken over de Verklaring Sociale Hygiëne. Deze uitzondering is van toepassing is het geval de leidinggevende permanent in het buitenland verblijft. Zij hoeven niet aan deze kenniseis te voldoen indien zij geen enkele bemoeienis hebben met de bedrijfsvoering of exploitatie van het horecabedrijf. In een commerciële horecagelegenheid moet altijd minimaal één leidinggevende aanwezig zijn als de zaak voor publiek toegankelijk is. Voor paracommerciële horeca inrichtingen gelden andere regels. Hier geldt dat er minimaal twee leidinggevenden op de Drank- en Horecawetvergunning moeten staan. Zij hebben echter geen aanwezigheidsplicht als de paracommerciële inrichting geopend is. Wel moet er altijd minimaal één barvrijwilliger aanwezig zijn die een voorlichtingsinstructie heeft ontvangen op het gebied van sociale hygiëne, de Instructie Verantwoord Alcoholschenken (IVA). Het bijschrijven van leidinggevenden dient via het ondernemingsdossier of via een formulier gemeld te worden bij de gemeente. Een afschrift van de ontvangstbevestiging van de melding dient in het horecabedrijf aanwezig te zijn.
Bij commerciële horecabedrijven raadt de gemeente ten zeerste aan dat elke bedrijf meerdere leidinggevenden op de vergunning schrijft in het geval dit mogelijk is. De ervaring leert dat één leidinggevende bij een horeca inrichting met een drank- en horecavergunning problemen kan opleveren in het geval zich onvoorziene omstandigheden voordoen. Dit vanwege de vereiste dat er altijd een leidinggevende aanwezig dient te zijn als er alcoholhoudende dranken worden geschonken. Een voorbeeld: een horecaondernemer is enig leidinggevende op de drank- en horecavergunning van zijn onderneming. Bij ziekte en dientengevolge afwezigheid van deze leidinggevende mag er op dat moment geen alcohol geschonken worden in het bedrijf. Om dergelijke situaties te voorkomen raadt de gemeente aan, indien mogelijk, meerdere leidinggevenden op de vergunning bij te schrijven.
In een aantal gevallen dient de Drank- en horecawetvergunning gewijzigd te worden, dit is verplicht indien:
Er een wijziging optreedt met betrekking tot de leidinggevenden. In dat geval moeten deze worden bijgeschreven op het aanhangsel van de vergunning;
de zaak bouwkundig uitbreidt. In dat geval dient de ondernemer een wijziging van de drank- en horecavergunning aan te vragen;
de rechtsvorm van de onderneming verandert (bijvoorbeeld van een eenmanszaak naar een BV).
In dat geval dient de ondernemer een wijziging van de drank- en horecavergunning aan te vragen;
De Drank- en Horecawetvergunning kan via het ondernemingsdossier en via de website worden aangevraagd. Tevens kunnen leidinggevenden op deze wijze aan- en afgemeld worden. De gemeente wil stimuleren dat ondernemers alle zaken met betrekking tot horeca regelen via het ondernemingsdossier. Dientengevolge kan een ondernemer, indien een vergunning wordt aangevraagd via het ondernemingsdossier, rekenen op een kortingstarief van twintig procent op de leges van de desbetreffende vergunning. Ditzelfde kortingstarief wordt gehanteerd ten aanzien van het bijschrijven van leidinggevenden.
Voor de behandeling van de vergunningsaanvraag en voor het bijschrijven van leidinggevenden worden legeskosten in rekening gebracht. Deze kosten worden jaarlijks vastgesteld in de legesverordening van de gemeente Barneveld.