Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 8

Indieningstermijn en inhoud aanvraag

Onderdeel van REGELING SUBSIDIËRING GODSDIENSTONDERWIJS EN LEVENSBESCHOUWELIJK VORMINGSONDERWIJS 2006

1.. De aanvraag voor subsidie, in te zetten voor het komende kalenderjaar, wordt door de instelling vóór 1 oktober bij het college ingediend. De subsidieaanvragen worden in volgorde van binnenkomst behandeld. 2.. Indien de aanvraag niet voor de in het eerste lid vermelde datum is ingediend, laat het college de aanvraag buiten behandeling. 3.. De aanvraag vermeldt voor elke school afzonderlijk: de naam en de bevoegdheden van de leerkracht die aangewezen wordt voor het geven van het onderwijs; de dagen waarop en de uren gedurende welke de lessen in het desbetreffende schooljaar zullen worden gegeven; het aantal groepen en het aantal leerlingen per groep alsmede de betreffende leerjaren van de leerlingen; een begroting van kosten voor het komende kalenderjaar; de ondertekening door de directeur van de desbetreffende school. 4.. De instelling die voor het eerst voor subsidie in aanmerking wenst te komen zendt haar statuten met de aanvraag mee. 5.. De subsidie wordt per instelling bevoorschot. 6.. Voor 1 april van het kalenderjaar volgend op het subsidiejaar dient de instelling een inhoudelijk verslag in waaruit kan worden afgeleid in welke mate de activiteiten zijn gerealiseerd, alsmede een jaarrekening met toelichting over het afgelopen kalenderjaar van de gemaakte kosten, voorzien van een door een accountant verstrekte verklaring.

Rechtspraak bij dit artikel