Naar hoofdinhoud
1.. Ter uitvoering van het bepaalde in artikel 14 lid 1 sub b van de verordening Wmo, wordt op een maatwerkvoorziening (in natura) en een PGB een eigen bijdrage door het CAK in rekening gebracht, zo lang als de maatwerkvoorziening wordt verstrekt of gedurende de periode waarvoor het persoonsgebonden budget wordt verstrekt, totdat de kostprijs van de voorziening is terug ontvangen. 2.. De bedragen per vier weken, de inkomensbedragen en de percentages die gelden voor de berekening van de eigen bijdrage zijn gelijk aan die genoemd in artikel 3.1, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. 3.. Bij de verstrekking van een maatwerkvoorziening wordt gedurende de periode van de verstrekking een eigen bijdrage in rekening gebracht, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen: a. het in rekening brengen van de eigen bijdrage gedurende de afschrijftermijn van de voorziening inclusief onderhoud, reparatie en verzekering; b. het in rekening brengen van de eigen bijdrage na de laatste afschrijftermijn van de voorziening voor onderhoud, reparatie en verzekering. 4.. Als een maatwerkvoorziening in natura of een PGB wordt verstrekt ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is de bijdrage in de kosten verschuldigd door: de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt. 5.. Voor het gebruik van een algemene voorziening, niet zijnde cliëntondersteuning, is belanghebbende een bijdrage in de kosten aan de aanbieder verschuldigd. Dit betreft een lokale regeling die niet valt onder de verantwoording van het CAK. Voor onderstaande algemene voorziening is de cliënt een bijdrage in de kosten verschuldigd: a. was- en strijkservice € 2,50 per week b. kortdurend verblijf Respijthuis € 25,-- per etmaal

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel