A. Een bijbehorend bouwwerk:
erfbebouwing mag uitsluitend worden opgericht vanaf 1 m achter de voorgevelrooilijn;
op percelen waarvan de oppervlakte kleiner is dan 300 m2 mag de gezamenlijke oppervlakte aan erfbebouwing maximaal 60% van de oppervlakte van het perceel tot een maximum van 60 m2 bedragen;
op percelen waarvan de oppervlakte groter is dan 300 m2 mag de gezamenlijke oppervlakte aan erfbebouwing maximaal 20% van de oppervlakte van het perceel bedragen;
van erfbebouwing buiten het bouwvlak mag de goothoogte niet meer bedragen dan 0,3 m boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw en de bouwhoogte maximaal 5 m;
erfbebouwing binnen het bouwvlak heeft maximaal een goothoogte en bouwhoogte gelijk aan het hoofdgebouw;
een dakopbouw mag worden gerealiseerd indien deze voldoet aan de uitgangspunten zoals verwoord in de welstandsnota en de eenheid in de visuele beleving hierdoor niet wordt verstoord.
In afwijking van het gestelde onder A 1, zijn overkappingen voor de voorgevelrooilijn toegestaan onder de volgende voorwaarden:
er is op het perceel al rechtsgeldig een overkapping, voor de voorgevelrooilijn opgericht;
vrijstaande overkappingen zijn niet toegestaan maar de overkapping moet tenminste verbonden zijn met de berging of de gevel van de woning;
er is slechts 1 overkapping per perceel toegestaan met een oppervlakte van maximaal 18 m2 en een bouwhoogte van maximaal 2,8 m;
de overkapping is minimaal 0,5 m vanaf de openbare weg gesitueerd.
In afwijking van het gestelde onder A 1 is erfbebouwing voor de voorgevelrooilijn toegestaan onder de volgende voorwaarden:
er is op het perceel al rechtsgeldig erfbebouwing voor de voorgevelrooilijn opgericht, met uitzondering van overkappingen;
de toe te voegen erfbebouwing mag slechts worden opgericht tussen een bestaand bijgebouw en de gevel van de woning;
de toe te voegen oppervlakte aan gebouwen mag maximaal 15 m2 bedragen;
de bouwhoogte van erfbebouwing mag maximaal de bouwhoogte van het bijgebouw waaraan wordt gebouwd bedragen.
B. Een gebouw ten behoeve van een infrastructurele of openbare voorziening als bedoeld in artikel 2 onderdeel 18 onder a Bor dat niet voldoet aan de in dat subonderdeel genoemde eisen, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
de bouwhoogte bedraagt maximaal 5 m
de oppervlakte bedraagt maximaal 50 m2.
C. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde:
de bouwhoogte van een erfafscheiding mag achter of in de voorgevelrooilijn maximaal 2 m bedragen;
de bouwhoogte van een erfafscheiding mag voor de voorgevelrooilijn maximaal 1,8 m bedragen op voorwaarde dat het deel van de erfafscheiding dat boven de 1,2 m is gelegen een overwegend open constructie (meer dan 50%) bevat;
de bouwhoogte van speelobjecten mag maximaal 5 m bedragen;
de bouwhoogte van vlaggenmasten en lichtmasten mag bij woningen maximaal 6 m bedragen en er mag slechts één vlaggenmast en één lichtmast worden opgericht bij een woning;
de bouwhoogte van geluidwerende voorzieningen, vlaggenmasten en lichtmasten mag bij functies, anders dan woningen maximaal 10 m bedragen;
de bouwhoogte van objecten van beeldende kunst mag maximaal 10 m bedragen;
de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde mag maximaal 3 m bedragen.
D. Antenne-installatie
De bouwhoogte van een antenne-installatie ten behoeve van mobiele telecommunicatie mag maximaal 40 m bedragen waarbij:
de antenne-installatie niet op een gebouw geplaatst mag worden;
de antenne-installatie niet bij bouwkundige monumenten geplaatst mag worden;
de antenne-installatie op een afstand van minimaal 100 m van woonbebouwing geplaatst moet worden;
de antenne-installatie zoveel mogelijk in de directe nabijheid van bestaande bebouwing, niet zijnde woonbebouwing, geplaatst moet worden vanwege de gewenste landschappelijke en stedenbouwkundige inpassing ervan;
andere antenne-installaties zijn slechts toegestaan voor zover deze voldoen aan de voorschriften die hierover in het Bor zijn opgenomen.
E. Het gebruiken van bouwwerken, al dan niet in samenhang met inpandige bouwactiviteiten:
Gebruik van gedeelten van een woning en de aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen voor een aan huis verbonden beroep of bedrijf mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
de beroeps- of bedrijfsuitoefening vindt plaats in de woning en/of de aanbouwen, uitbouwen of bijgebouwen;
indien voor de uitoefening van het beroep of bedrijf tevens gebruik wordt gemaakt van een aanbouw, uitbouw of bijgebouw dient/dienen deze te zijn gelegen achter de voorgevelrooilijn;
de bedrijfs- of winkelvloeroppervlakte mag niet meer bedragen dan de helft van de oppervlakte van de woning en de aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen tot een maximum van 60 m2;
er dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein of in het openbaar gebied conform de gemeentelijke parkeernota;
het beroep of de activiteit dient door de bewoner te worden uitgeoefend, waarbij er maximaal 1 fte extra in dienstverband toegestaan is.
F. Evenementen
Evenementen die in overeenstemming zijn met de in de APV gestelde voorwaarden en op basis van de APV een vergunning voor het betreffende evenement wordt verleend.
Artikel 2.