Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 3

Artikel 23

Algemene bepalingen over stemming

Onderdeel van Reglement van Orde van de raad 2006 (versie 3)

1.. De voorzitter vraagt, of stemming wordt verlangd. Indien geen stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt, stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder hoofdelijke stemming is aangenomen. 2.. In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in de notulen vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich van stemming te hebben onthouden. 3.. Indien door één of meer leden stemming wordt gevraagd, doet de voorzitter daarvan mededeling. 4.. Stemming vindt plaats bij hoofdelijke oproeping. Het lid dat niet vóór de aanvang van de stemming de presentielijst heeft getekend, neemt niet aan de stemming deel. 5.. De voorzitter roept de leden bij naam op hun stem uit te brengen, beginnende bij het lid dat door het lot is aangewezen. Vervolgens worden de leden opgeroepen, die ná hem op de alfabetische lijst van raadsleden staan en tenslotte – in alfabetische volgorde – de leden die vóór hem op de lijst staan. De voorzitter bepaalt de wijze waarop de loting plaats vindt. 6.. Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden verplicht zijn stem uit te brengen. 7.. De leden brengen hun stem uit door het woord ‘voor’ of ‘tegen’ uit te spreken, zonder enige toevoeging. 8.. Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid gestemd heeft. Het laatst opgeroepen lid kan niet meer stemmen of zijn stem wijzigen, nadat het tellen van de stemmen is begonnen. Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt wel aantekening vragen dat hij zich heeft vergist; in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen verandering. 9.. Indien tijdens de stemming blijkt dat het quorum, bedoeld in artikel 29 van de Gemeentewet, niet meer aanwezig is, schorst de voorzitter de vergadering voor ten hoogste een kwartier. Indien na heropening van de vergadering het quorum nog niet aanwezig is, sluit hij de vergadering na te hebben geconstateerd dat het quorum niet aanwezig is. 10.. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede, met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit. 11.. Indien over een onderwerp verschillende voorstellen zijn ingediend, brengt de voorzitter het voorstel van de verste strekking het eerst in stemming.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel