Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4

Artikel 28

Amendementen

Onderdeel van Reglement van Orde van de raad 2006 (versie 3)

1.. Ieder lid kan tot het moment van stemming amendementen indienen. Ook kan hij voorstellen een geagendeerde voorgestelde beslissing in één of meer onderdelen te splitsen, waarover afzonderlijke besluitvorming zal plaatsvinden. 2.. Een amendement wordt in behandeling genomen, indien dit schriftelijk en door de indiener ondertekend bij de voorzitter is ingediend. 3.. Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het amendement dat door een lid is ingediend, een wijziging voor te stellen (subamendement). 4.. Elk (sub)amendement moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk en door de voorsteller ondertekend bij de voorzitter worden ingediend, tenzij de voorzitter - met het oog op het eenvoudige karakter van het voorgestelde - oordeelt, dat met een mondelinge indiening kan worden volstaan. 5.. Intrekking, door de indiener(s), van het (sub)amendement is mogelijk, totdat de besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden.

Rechtspraak bij dit artikel