Op grond van de Wet milieubeheer moet iedere gemeente een afvalstoffenverordening vaststellen (10.23 Wm). In deze verordening wordt onder andere vastgelegd – binnen de randvoorwaarden zoals gesteld bij en krachtens de wet Milieubeheer – op welke wijze(n) het huishoudelijk afval wordt ingezameld en ter inzameling moet worden aangeboden.
In dit kader is krachtens de Bredase Afvalstoffenverordening en de Nadere regels de ondergrondse container aangewezen als een van de in gebruik zijnde inzamelvoorzieningen voor restafval (verordening artikel 6). Het college kan bepalen welke gebruikers van percelen van welke ondergrondse containers gebruik dienen te maken voor het aanbieden van hun restafval. Gebruikers van percelen welke zijn aangesloten op een ondergrondse afvalcontainerlocatie, dienen hiervan gebruik te maken voor het aanbieden van hun restafval (nadere regels, artikel 3).
Artikel 3.2