Voor het plaatsen van ondergrondse containers voor restafval wordt een locatieplan – ook wel plaatsingsplan genoemd – opgesteld. Dit locatieplan wordt bestuurlijk vastgesteld. Krachtens uitspraak van de Raad van State (201001129/2/M1) moet vaststelling van een plaatsingsplan door het College worden aangemerkt als primair besluit. Tegen een Besluit kunnen belanghebbende in verweer gaan. De Algemene wet bestuursrecht biedt hiervoor twee mogelijkheden:
bezwaar, horen en beroep conform Hoofdstuk 7. Bij verweer conform hoofdstuk 7, beoordeelt een onafhankelijke commissie het bezwaar. Beide partijen worden opgeroepen door de commissie om gehoord te worden.
zienswijze en beroep conform Afdeling 3:4. Bij verweer conform afdeling 3:4 wordt een zienswijze op het voorlopige locatieplan bij de projectgroep ingediend. Het voorlopige locatieplan dient daartoe de status van ontwerpbesluit te hebben. De projectgroep handelt de zienswijze af door het locatieplan hierop aan te passen of door de zienswijze gemotiveerd af te wijzen.
Een verweerprocedure conform afdeling 3:4 is passender bij de aard van en de werkwijze waarop een locatieplan voor ondergrondse containers tot stand komt (interactie met bewoners, hoeveelheid locaties en belanghebbenden, beschikbare tijd). Besluitvorming met betrekking tot de locaties van ondergrondse containers voor restafval vindt daarom plaats conform afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 3.4