Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › § 2.1

Artikel 7

Intrekken, verval van rechtswege of wijzigen van een urgentiebeschikking

Onderdeel van Huisvestingsverordening gemeente Eindhoven 2016

1.. Het college van burgemeester en wethouders kan een urgentiebeschikking intrekken, in het geval dat de woningzoekende: a.. niet langer als een woningzoekende in de zin van artikel 3 is aan te merken; b.. niet langer aan de vereisten voor het verkrijgen van urgentie voldoet; c.. bij het verzoek tot indeling in een of meerdere urgentiecategorieën gegevens en/of bescheiden heeft overlegd waarvan hij wist, of redelijkerwijs zou moeten weten, dat deze onjuist en/of onvolledig waren. 2.. In het geval dat bij een intrekking op basis van het eerste lid, onder b, bij het toewijzen van de urgentiebeschikking advies is gevraagd aan de urgentiecommissie als bedoeld in artikel 12, wint het college van burgemeester en wethouders ook, overeenkomstig de procedure opgenomen in artikel 6, advies in omtrent de voorgenomen intrekking. 3.. Na het intrekken van een urgentiebeschikking kan op grond van dezelfde omstandigheden niet opnieuw een urgentiebeschikking worden verkregen tot indeling in diezelfde urgentiecategorie. 4.. Een urgentiebeschikking vervalt van rechtswege, derhalve zonder dat hiervoor een beschikking van het college van burgemeester en wethouders voor nodig is, in het geval dat: a.. de woningzoekende een passende woning heeft geaccepteerd dan wel zelfstandige woonruimte voor onbepaalde tijd in gebruik heeft genomen; b.. de woningzoekende een aanbod voor een passende woning heeft afgewezen; c.. de woningzoekende gedurende twaalf maanden geen gebruik heeft gemaakt van de toegekende urgentie; d.. 12 maanden na afgifte van de urgentiebeschikking zijn verstreken tenzij de woningzoekende in deze periode geen passende woning is aangeboden in welk geval voor de termijn van 12 maanden het moment moet worden gelezen waarop een passende woning is aangeboden en deze door de woningzoekende is afgewezen; e.. (voor zover het betreft de originele urgentiebeschikking) de woningzoekende in een andere urgentiecategorie wordt ingedeeld als bedoeld in het zesde lid. 5.. Het college van burgemeester en wethouders kan, indien er sprake is van bijzondere omstandigheden, besluiten om de geldigheidsduur van de urgentiebeschikking te verlengen na ommegang van de periode bedoeld in het vierde lid, onder c. 6.. Een woningzoekende kan, al dan niet op zijn eigen verzoek, in een andere urgentiecategorie worden ingedeeld, indien gewijzigde omstandigheden daar naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders aanleiding toe geven. Artikel 6 leden 5 en 6 zijn van overeenkomstige toepassing op de indeling in een andere urgentiecategorie. Aan de woningzoekende wordt vervolgens een nieuwe urgentiebeschikking verstrekt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel