Als een belanghebbende een door het college opgelegde verplichting als bedoeld in artikel 55 van de Participatiewet niet of onvoldoende nakomt, wordt een verlaging toegepast. De verlaging wordt vastgesteld op:

  • - 20 procent van de bijstandsnorm gedurendeéén maand, bij het niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen die strekken tot arbeidsinschakeling;
  • - 20 procent van de bijstandsnorm gedurende één maand, bij het niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen die verband houden met de aard en het doel van een bepaalde vorm van bijstand;
  • - 50 procent van de bijstandsnorm gedurende , bij het niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen die strekken tot vermindering van de bijstand;
  • - 100 procent van de bijstandsnorm gedurendeéén maand, bij het niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen die strekken tot beëindiging van de bijstand.