**1..** Het college ziet af van een verlaging als:
**a..** elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt, of
**b..** de gedraging meer dan 36 maanden voor constatering daarvan door het college heeft plaatsgevonden.
**2..** Het college kan afzien van een verlaging als het daarvoor dringende redenen aanwezig acht.
**3..** Als het college afziet van een verlaging op grond van dringende redenen, wordt een belanghebbende hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld.
Hoofdstuk 1.
Artikel 4.