**1..** Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
inrichting te exploiteren.
**2..** De burgemeester weigert de vergunning indien de vestiging of
exploitatie van de inrichting in strijd is met een geldend
bestemmingsplan.
**3..** Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de
vergunning weigeren:
indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de
woon- en leefsituatie in de omgeving van de inrichting
of openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt
beïnvloed.
Indien de inrichting gevestigd is binnen een straal van
350 meter van gevoelige objecten zoals scholen,
buurthuizen of jongerencentra.
Indien de exploitant en/of beheerder:
onder curatele staan en/of zijn ontzet uit de
ouderlijke macht of de voogdij;
in enig opzicht van slecht levensgedrag
zijn;
de leeftijd van eenentwintig jaar nog niet
hebben bereikt.
Indien de exploitant en/of beheerder binnen drie jaar
voor de aanvraag een inrichting heeft geëxploiteerd die
op grond van (ernstige vrees voor) verstoring van de
openbare orde, dan wel op grond van artikel 13b van de
Opiumwet, gesloten is geweest.
**4..** Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 trekt de burgemeester
de vergunning in indien:
De exploitatie van de inrichting door een andere dan de
in de vergunning genoemde exploitant wordt
overgenomen;
De exploitant en/of beheerder niet meer voldoen aan de
in lid 3, sub c gestelde eisen.
**5..** Voorts kan de burgemeester de vergunning intrekken indien zich
in of vanuit de inrichting feiten hebben voorgedaan die de vrees
wettigen, dat het geopend blijven van de inrichting gevaar
oplevert voor de openbare orde en/of een bedreiging vormt voor
het woon- en leefklimaat in de omgeving van de inrichting.
**6..** Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
beslissen) niet van toepassing.
HOOFDSTUK 2 › Afdeling 8
Artikel 2:15
Vergunningplicht
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Geldrop-Mierlo 2016