Naar hoofdinhoud
1.. leder lid kan tot het sluiten van de beraadslagingen amendementen indienen. Alleen beraadslaagd kan worden over amendementen die ingediend zijn door leden, die de presentielijst getekend hebben en in de vergadering aanwezig zijn. 2.. leder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het amendement dat door een lid is ingediend, een subamendement voor te stellen. 3.. Een amendement en een subamendement moeten, met verwijzing naar dit artikel, schriftelijk en door de indiener ondertekend, bij de voorzitter worden ingediend, tenzij de voorzitter - met het oog op het eenvoudige karakter van het voorgestelde - oordeelt, dat met een mondelinge indiening kan worden volstaan. 4.. Degene, die een amendement of een subamendement heeft ingediend krijgt van de voorzitter gelegenheid om daarop een beknopte toelichting te geven. 5.. In afwijking van het bepaalde in artikel 23, eerste lid, kan de voorzitter aan de beraadslaging over een aan de orde zijnd onderwerp een spreektermijn toevoegen, voor zover zulks, naar zijn oordeel, voor de behandeling van een amendement of een subamendement nodig is. 6.. Intrekking door de indiener(s) van een amendement of subamendement is mogelijk totdat de beraadslagingen zijn afgerond.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel