**1..** Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk en onder verwijzing naar dit artikel geformuleerd . De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien.
**2..** De vragen worden bij de voorzitter ingediend. Deze draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de leden van de raad en het college of de burgemeester worden gebracht.
**3..** Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen dertig dagen nadat de vragen zijn binnengekomen.
**4..** De antwoorden worden door het college of de burgemeester aan de raad medegedeeld.
**5..** De vragensteller of, indien de vragen zijn gesteld door een commissielid - niet raadslid, één van zijn fractiegenoten kan in de eerstvolgende vergadering van de raad bij het vragenuur als bedoeld in artikel 41 nadere inlichtingen vragen omtrent het door het college of de burgemeester gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist.
**6..** In uitzondering op de overige artikelen in hoofdstuk 4 gelden de in dit artikel neergelegde bepalingen voor zowel raadsleden als commissieleden - niet raadsleden.
Hoofdstuk 4:
Artikel 40