Een aanvraag dient te worden ingediend op het van gemeentewege verstrekte formulier. De aanvrager dient daarbij de volgende stukken te overleggen:
van iedere exploitant en/of leidinggevende een geldig legitimatiebewijs, zoals bedoeld in de Wet op de identificatieplicht;
een document (zoals huurcontract, eigendomsakte) waaruit blijkt dat de aanvrager over de ruimte beschikt of gaat beschikken, waarin het horecabedrijf wordt gevestigd en dat de ruimte gebruikt mag worden voor het aangevraagde doel;
een nauwkeurige plattegrond van het horecabedrijf, waarop tevens de oppervlakte van de in het horecabedrijf aanwezige benoemde ruimtes (inclusief eventueel terras) staan aangegeven;
voorzover van toepassing, een opgave van de adressen van overige/andere horecabedrijven, die door de houder werden of worden geëxploiteerd;
eventuele andere gegevens of bescheiden, die nodig zijn voor de beslissing op de aanvraag en waarover de aanvrager redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.
een veiligheidsplan;
indien de vergunning niet in combinatie met een vergunning op grond van de Drank- en Horecawet wordt aangevraagd, een verklaring omtrent het gedrag met betrekking tot de ondernemer(s) en eventuele leidinggevende(n) die uiterlijk drie maanden voor de datum waarop de aanvraag is ingediend, is afgegeven.
Hoofdstuk 3
Artikel 3