**1.** 1Het college stelt aan de hand van de door de subsidieontvanger geleverde rapportages en bescheiden, alsmede van waarnemingen van daartoe door hem aangewezen ambtenaren, vast of de subsidieontvanger de activiteiten zowel naar aard, omvang als kwaliteit tot stand heeft gebracht zoals deze zijn vastgelegd in de beschikking tot subsidieverlening.
**2.** Indien ten minste de activiteiten en/of prestaties tot stand zijn gebracht zoals deze zijn vastgelegd in de beschikking tot subsidieverlening en de in artikel 3, derde lid, onder c, van de verordening genoemde overeenkomst, wordt de subsidie vastgesteld op het bij de verlening aangegeven bedrag.
**3.** Indien de activiteiten en/of prestaties zoals deze zijn vastgelegd in de beschikking tot subsidieverlening en de in artikel 3, derde lid, onder c, van de verordening genoemde overeenkomst niet of in mindere mate tot stand zijn gebracht, wordt de subsidie evenredig lager vastgesteld.
**4.** Indien een besluit tot subsidievaststelling betrekking heeft op de vaststelling van een lager bedrag dan waarvoor subsidie is verleend als gevolg van omstandigheden die voor rekening van de subsidieontvanger behoren te komen en dat besluit gevolgen heeft die aantoonbaar niet door hem gedragen kunnen worden, kan daarmee in het besluit tot subsidievaststelling rekening worden gehouden.
HOOFDSTUK 1 › TITEL 2 › Paragraaf A
Artikel 10
Vaststelling
Onderdeel van UITVOERINGSREGELING ALGEMENE SUBSIDIEVERORDENING 2008