**1.** 1Met de subsidieontvanger worden afspraken gemaakt over de wijze waarop de subsidieontvanger het college tussentijds over de voortgang van de uitvoering van het activiteitenplan informeert, alsmede over de momenten waarop en de onderwerpen waarover tussen hen overleg plaatsvindt.
**2.** Een subsidieontvanger legt bij het verzoek tot vaststelling van een incidenteel activiteitensubsidie van € 50.000,-- of meer binnen de in artikel 3, tweede lid, bepaalde termijn aan het college een verslag van de in het boekjaar verrichte activiteiten over, alsmede een door het bestuur gewaarmerkte jaarrekening als bedoeld in artikel 361 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek
**3.** Het verslag moet een beschrijving van de gevolgde werkwijze en het behaalde resultaat bevatten.
**4.** De jaarrekening omvat minimaal een staat van baten en lasten, een balans en toelichtingen daarop. De jaarrekening moet op dezelfde wijze zijn ingericht als de bij de aanvraag tot subsidie overgelegde begroting.
**5.** Het college kan bepalen dat de jaarrekening vergezeld moet gaan van een beoordelingsverklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. In dat geval moet de jaarrekening tevens vergezeld gaan van het accountantsrapport waarop de verklaring is gebaseerd.
**6.** Het college kan bepalen dat de jaarrekening vergezeld moet gaan van een rapport van specifieke werkzaamheden van een accountant.
**7.** Het college kan op grond van artikel 40, sub b, bij de subsidieverlening bepalen, dat lid 5 of lid 6 van toepassing is op een incidenteel activiteitensubsidie tot € 50.000,--.
HOOFDSTUK 2 › TITEL 2 › Paragraaf B
Artikel 41
Verantwoording
Onderdeel van UITVOERINGSREGELING ALGEMENE SUBSIDIEVERORDENING 2008