Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK II

Artikel 13

Waardering

Onderdeel van UITWERKINGSBESLUIT FINANCIËLE VERORDENING 2008

1.. De binnen het Grondbedrijf ingebrachte gronden en de zich eventueel daarop bevindende opstallen worden als volgt geordend: nog niet in exploitatie genomen gronden; in exploitatie genomen gronden; in erfpacht of anderszins uitgegeven gronden; niet in exploitatie te nemen gronden; functioneel ingedeelde gronden. 2.. Binnen deze ordening kunnen de betreffende gronden dan wel kosten of opbrengsten worden gesplitst in gebieden en daarbinnen in (sub-)complexen. 3.. De waardering ten behoeve van de balans van de nog niet in exploitatie genomen gronden komt overeen met het geïnvesteerde vermogen. 4.. Tenminste eens per jaar wordt voor de onder lid 3 bedoelde gronden een (globaal) tentatieve berekening opgesteld. 5.. De waardering ten behoeve van de balans van de in exploitatie genomen gronden komt overeen met het geïnvesteerd vermogen. 6.. Tenminste eens per jaar wordt voor de onder lid 5 bedoelde gronden een exploitatiebegroting opgesteld. 7.. In het geval dat het toekomstresultaat van deze exploitatiebegroting een negatieve uitkomst vertoont, wordt door de raad voor het verschil een voorziening ten laste van de Algemene Reserve van het Grondbedrijf gevormd. 8.. De waardering van de in erfpacht of anderszins uitgegeven gronden komt overeen met het geïnvesteerd vermogen. Indien de contante waarde van de toekomstige canons en de contante waarde van de verkoopverwachting na afloop van de erfpachttermijn lager is dan het geïnvesteerd vermogen wordt het verschil onttrokken aan de Algemene Reserve van het Grondbedrijf. 9.. De waardering op de balans van de niet in exploitatie te nemen gronden en functioneel ingedeelde gronden komen overeen met het geïnvesteerd vermogen. In het geval dat de opbrengstprognose bij huidige bestemming, gebruik en beklemming lager is dan het geïnvesteerd vermogen, wordt het verschil aangezuiverd door hiervoor een voorziening te vormen ten laste van de Algemene Reserve van het Grondbedrijf. 10.. Tenminste eens per jaar wordt in de jaarrekening danwel in de begroting gestructureerd verslag gedaan van de waardering en (voorlopige) toekomstresultaten van de gebieden en, indien opportuun, daarbinnen van de (sub)complexen.

Rechtspraak bij dit artikel