**1..** Ter bevordering en handhaving van de eenheid, samenhang en kwaliteit in het planning & control-instrumentarium bestaat tussen concerncontroller en dienstcontroller een functionele relatie, waarin overleg plaats heeft en informatie wordt uitgewisseld omtrent de praktische aspecten.
**2..** In het kader van de in lid 1 genoemde functionele relatie kan de concerncontroller of de senior medewerker concerncontrol namens de concerncontroller aan de dienstcontroller nadere aanwijzingen en richtlijnen verstrekken. De dienstcontroller is gehouden deze aanwijzingen en richtlijnen in acht te nemen.
**3..** Ter structurering van de functionele relatie tussen concerncontroller en dienstcontroller en ter afstemming van de hieruit voortvloeiende activiteiten heeft periodiek overleg plaats, genaamd Controllersoverleg. Dit overleg wordt voorgezeten door de senior medewerker concerncontrol. Het overleg heeft een adviserend karakter. De concerncontroller kan adviezen of genomen besluiten uit dit overleg naast zich neerleggen en/of anderszins handelen. Afhankelijk van de situatie bespreekt de concerncontroller dit met de betreffende dienst of in het MT.
**4..** De rol van het Controllersoverleg bestaat daarnaast uit:
advisering omtrent de in conceptvorm voorgelegde richtlijnen als bedoeld in artikel 7, lid 2;
toetsing van norm- en kaderstelling op duidelijkheid, aanvaardbaarheid en toepasbaarheid;
het op interactieve wijze meedenken en adviseren over de verdere ontwikkeling van het financiële beleid, het financiële beheer en de financiële organisatie;
het dienaangaande onderling uitwisselen van ervaringen binnen de diensten.
HOOFDSTUK I
Artikel 6
Functionele relatie concerncontroller/dienstcontroller
Onderdeel van UITWERKINGSBESLUIT FINANCIËLE VERORDENING 2008