1. Het is verboden zich op een openbare plaats of in een voor het publiek toegankelijke ruimtes zonder redelijke doel op te houden, op een wijze die voor andere gebruikers of omwonenden onnodig overlast of hinder veroorzaakt.
2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de artikelen 424, 426bis of 431 van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 11
Artikel 2:47
Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen en voor het publiek toegankelijke ruimtes
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Hollands Kroon