Naar hoofdinhoud

Artikel 3.

Klimaatbegroting

Onderdeel van Klimaatverordening gemeente Eindhoven 2016

Burgemeester en wethouders zenden jaarlijks een klimaatbegroting, met expliciete vermelding van de taakstellingen ten aanzien van duurzame energie en energiebesparing, aan de leden van de raad voor de taakstelling voor het komende jaar.Hierin worden de inspanningen vermeld met betrekking tot alle portefeuilles. De klimaatbegroting wordt tegelijkertijd met de programmabegroting ter vaststelling aangeboden aan de leden van de raad conform de artikelen 186 – 258 van de Gemeentewet. De inspanningen in de klimaatbegroting worden vastgelegd enuitgewerkt in het betreffende onderdeel van de programmabegroting. De klimaatbegroting bevat in ieder geval: Beschouwingen over de geboekte resultaten op de taakstellingen in de voorafgaande periode. Beschouwingen over de betekenis van de voor het komende jaar voorgestelde klimaatbegroting voor de gemeente en haar ingezetenen. Beschouwingen over de nationale ontwikkelingen met betrekking tot de klimaatproblematiek. Beschouwingen over de te verwachten ontwikkelingen in het gemeentelijk beleid met betrekking tot de klimaat- en energieproblematiek en andere daarmee samenhangende ontwikkelingen voor de hierop volgende vier jaar. Burgemeester en wethouders zijn gehouden aan de in het klimaatplan voorgestelde basismaatregelen met, in voorkomend geval, aanvullende maatregelen, tenzij met het treffen van een of meerdere andere maatregelen aantoonbaar hetzelfde resultaatbereikt zal worden. Burgemeester en wethouders leggen na afloop van een begrotingsjaar verantwoording af over het, op basis van de klimaatbegroting,gevoerde beleid en over de effectiviteit daarvan. Indien in enig jaar de taakstelling niet wordt gehaald, wordt de omvang van de taakstelling voor de betreffende portefeuille,voor de daaropvolgende twee jaren verhoogd met de betreffende onderschrijding, tenzij anders overeengekomen wordt metde leden van de raad.

Rechtspraak bij dit artikel