Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK II › Paragraaf 2

Artikel 11

Uitoefening en overdracht bevoegdheden

Onderdeel van Verordening behandeling bezwaarschriften 2009

1.. Het verwerend orgaan mandateert de bevoegdheden ingevolge de hierna genoemde artikelen van de wet, voor de toepassing van deze verordening, aan de kamervoorzitter, die deze bevoegdheden vervolgens doormandateert aan de behandelend secretaris: 2:1, tweede lid (verzoek om schriftelijke machtiging); 6:6 (het stellen van een termijn waarbinnen het verzuim als bedoeld in artikel 6:5 kan worden hersteld); 6:17 (toezending stukken aan gemachtigde); 7:2, tweede lid (uitnodiging hoorzitting); 2.. Het verwerend orgaan mandateert de bevoegdheid ingevolge artikel 7:6, vierde lid, van de wet (uitzondering op de regel dat, wanneer belanghebbenden afzonderlijk zijn gehoord, ieder van hen op de hoogte wordt gesteld van het verhandelde tijdens de zitting), voor de toepassing van deze verordening, aan de kamervoorzitter: 3.. Het verwerend orgaan mandateert de bevoegdheid ingevolge 7:10, derde lid, van de wet (verdagen beslissing), voor de toepassing van deze verordening, aan de hoofden van de afdelingen, die met de behandeling van de bezwaarschriften zijn belast; 4.. De commissie mandateert de bevoegdheden ingevolge artikel 7:13, tweede lid, van de wet, voor zover het de bevoegdheden betreft genoemd in artikel 7:4, zesde lid (achterwege laten inzage stukken) en artikel 7:5, tweede lid (horen in het openbaar), voor toepassing van deze verordening, aan de kamervoorzitter. 5.. Van de beslissingen die voortvloeien uit het bepaalde in het tweede, derde en vierde lid, doet de behandelend secretaris mededeling aan de belanghebbenden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel