Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk IV

Artikel 24

Kinderopvang sociaal-medische indicatie

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand Oosterhout 2016

1.. Bijzondere bijstand is mogelijk in de kosten van kinderopvang indien er sprake is van een sociaalmedische indicatie. 2.. Deze regeling is van toepassing op: personen met een lichamelijke, zintuiglijke, verstandelijke of psychische beperking van wie is vastgesteld dat een of meer van deze beperkingen kinderopvang noodzakelijk maken; of een kind ten aanzien van wie is vastgesteld dat kinderopvang in het belang van een goede en gezonde ontwikkeling van dat kind noodzakelijk is. 3.. Alvorens te besluiten, wordt ten behoeve van de vaststelling van noodzakelijkheid van kinderopvang als bedoeld in lid 2 van dit artikel, advies ingewonnen van een onafhankelijke organisatie die beschikt over adequate deskundigheid, hieronder valt in ieder geval de GGD. 4.. Het besluit tot vaststelling van de noodzaak van kinderopvang op grond van een sociaal-medische indicatie bevat in ieder geval: de geldigheidsduur van de indicatie; de omvang en de duur van de kinderopvang die noodzakelijk wordt geacht; de hoogte van de voorziening. 5.. De hoogte van de voorziening: is gelijk aan de toeslagen voor kinderopvang die door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zijn vastgesteld en worden uitgevoerd door de Belastingdienst; wordt telkens met ingang van januari aangepast aan de bedragen die de Belastingdienst hanteert.

Rechtspraak bij dit artikel