**1..** Fracties besteden de bijdrage om hun volksvertegenwoordigende, kaderstellende en controlerende rol te versterken.
**2..** De bijdrage mag niet gebruikt worden ter bekostiging van:
uitgaven die in strijd zijn met wettelijke bepalingen en overige regelingen;
betalingen aan politieke partijen, met politieke partijen verbonden instellingen of natuurlijke personen anders dan ter vergoeding van een specifiek, herkenbaar, aan die fractie geleverde prestatie (diensten of goederen), op basis van een gespecificeerde, reële declaratie;
giften;
betalingen ten behoeve van verkiezingscampagnes voor de gemeenteraad, provinciale staten, de Tweede Kamer of het Europees parlement;
uitgaven welke betaald dienen te worden uit vergoedingen die de leden ingevolge het rechtspositiebesluit raads- en commissieleden toekomen;
individuele opleidingen voor raads- en commissieleden.
**3..** Het presidium kan nadere regels vaststellen over de wijze waarop de bijdrage al dan niet mag worden besteed.
**4..** Het in enig jaar niet gebruikte gedeelte van de bijdrage toekomend aan een fractie mag gereserveerd worden met dien verstande dat de reserve niet groter is dan 25% van de bijdrage die de fractie in de raadsperiode toekomt ingevolge artikel 3.
**5..** De reserve blijft na de verkiezingen slechts beschikbaar voor de fractie die onder dezelfde naam terugkeert, dan wel voor de fractie die naar het oordeel van de raad als rechtsopvolger daarvan kan worden beschouwd.
**6..** Als bij zetelverlies de reserve voor een fractie hoger zou worden dan aangegeven in lid 4, vervalt het recht op dat meerdere en dient de fractie binnen 21 dagen, na installatie van de nieuwe raad, tot terugbetaling over te gaan.
**7..** Bij splitsing van een fractie, dient de reserve verdeeld te worden over de betrokken fracties naar evenredigheid van het aantal bij de splitsing betrokken leden, voor zover deze reserve niet meer bedraagt dan 25% van de bijdrage die de oorspronkelijke fractie in een raadsperiode toekomt.