Naar hoofdinhoud
1.. In dit Artikel wordt onder kampeermiddel verstaan: een onderkomen of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 2.1, eerste lid en onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist, dat is bestemd of opgericht dan wel wordt gebruikt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. 2.. Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of een voorbereidingsbesluit is bestemd of mede bestemd. 3.. Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein. 4.. Het verbod geldt voorts niet op door het college aangewezen plaatsen. Het college kan daarbij nadere regels stellen ter bescherming van natuur en landschap of een stads- of dorpsgezicht. 5.. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in het tweede lid. 6.. Onverminderd het bepaalde in Artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd in het belang van de bescherming van natuur en landschap, of de bescherming van een stads- of dorpsgezicht. 7.. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel