Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 1 › Paragraaf 4

Artikel 2:5

Het plaatsen van voorwerpen op, aan of boven een openbare plaats

Onderdeel van Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Alkmaar houdende regels omtrent openbare orde en veiligheid Algemene plaatselijke verordening

1.. Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan. 2.. Het bevoegd gezag, als bedoeld in Artikel 1.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, kan een omgevingsvergunning verlenen voor het in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een activiteit betreft als bedoeld in Artikel 2.2, eerste lid en onder j of k, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 3.. Het verbod geldt niet voor: vlaggen, wimpels of vlaggenstokken indien deze geen gevaar of hinder kunnen opleveren voor personen of goederen en niet voor commerciële doeleinden worden gebruikt; zonneschermen, mits ze zijn aangebracht boven het voor voetgangers bestemde gedeelte van de weg en, ter voorkoming van gevaar of hinder, mits: geen onderdeel zich minder dan 2,2 meter boven dat gedeelte bevindt; geen onderdeel van het scherm, in welke stand dat ook staat, zich op minder dan 0,5 meter van het voor het rijverkeer bestemde gedeelte van de weg bevindt; geen onderdeel verder dan 1,5 meter buiten de opgaande gevel reikt; de voorwerpen of stoffen, die noodzakelijkerwijs kortstondig op de openbare plaats worden gebracht in verband met laden of lossen ervan en mits degene die de werkzaamheden verricht of doet verrichten ervoor zorgt, dat onmiddellijk na het beëindigen daarvan, in elk geval voor zonsondergang, de voorwerpen of stoffen van de openbare plaats verwijderd zijn en de openbare plaats daarvan is gereinigd; voertuigen, met uitzondering van bouwkranen, mobiele bouwliften, verreikers, betonpompen en kraanwagens; evenementen als bedoeld in Artikel 2:14; terrassen als bedoeld in Artikel 2:23; standplaatsen als bedoeld in Artikel 5:12. 4.. Het verbod geldt voorts niet voor voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in Artikel 7 van de Grondwet, tenzij deze door hun omvang, vorm, constructie of bevestiging schade toebrengen aan de openbare plaats, gevaar kunnen veroorzaken voor de bruikbaarheid of het doelmatig en veilig gebruik daarvan of een belemmering kunnen vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare plaats. 5.. Onverminderd het bepaalde in Artikel 1:8 kan een vergunning als bedoeld in het eerste lid worden geweigerd indien: het beoogde gebruik schade toebrengt of kan toebrengen aan de openbare plaats, gevaar oplevert of kan opleveren voor de bruikbaarheid van de openbare plaats of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare plaats; het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. 6.. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, Artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 of de Wegenverordening Noord-Holland 2015. 7.. Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel