Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 3 › Paragraaf 1

Artikel 2:24

Exploitatie openbare inrichting

Onderdeel van Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Alkmaar houdende regels omtrent openbare orde en veiligheid (Algemene plaatselijke verordening)

1.. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een openbare inrichting of terras te exploiteren. 2.. De burgemeester weigert de vergunning indien de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan, voorbereidingsbesluit of in het geval het maximum aantal vergunningen is bereikt. 3.. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat het woon- of leefklimaat of de openbare orde in de omgeving van de openbare inrichting of het terras op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. 4.. Bij de toepassing van de in het derde lid genoemde weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met: het karakter van de straat en de wijk waarin de openbare inrichting is gelegen of zal zijn gelegen; de aard van de openbare inrichting; de spanning waaraan het woon- en leefklimaat ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie; de wijze van bedrijfsvoering door de exploitant of de leidinggevende en het levensgedrag van de exploitant of de leidinggevende. 5.. Indien de aanvraag om vergunning mede betrekking heeft op één of meer bij de openbare inrichting behorende terrassen op de openbare plaats of het openbaar water, beslist de burgemeester over de ingebruikneming van die openbare plaats of openbaar water ten behoeve van het terras. 6.. De burgemeester kan de ingebruikneming van de openbare plaats als bedoeld in het vijfde lid weigeren: indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de openbare plaats of het openbaar water dan wel gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de openbare plaats of het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan; indien dat gebruik een belemmering kan worden voor het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare plaats of het openbaar water. 7.. Het bepaalde in het vijfde en zesde lid geldt niet voor situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Wegenverordening Noord-Holland 2015. 8.. De vergunning vervalt indien een wijziging plaatsvindt in de bedrijfsvoering van de openbare inrichting. 9.. Het eerste lid geldt niet voor door de burgemeester aangewezen soorten openbare inrichtingen. 10.. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op de vergunning bedoeld in het eerste lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel