**1..** gedurende de zoekperiode onvoldoende activiteiten of
inspanningen plegen om algemeen geaccepteerde arbeid te
vinden;
het onvoldoende meewerken aan het opstellen, uitvoeren en
evalueren van het plan van aanpak met
betrekking tot de arbeidsinschakeling in het kader van de
gemeentelijke ondersteuning;
het niet dan wel onvoldoende meewerken aan het onderzoek
naar de mogelijkheden tot scholing,
arbeidsinschakeling dan wel maatschappelijke
participatie;
het zich niet onderwerpen aan een noodzakelijke behandeling
van medische aard;
het niet dan wel onvoldoende gebruik maken van een door het
college aangeboden participatie-
instrument, voor zover dit niet heeft geleid tot het geen
doorgang vinden of tot voortijdige beëindiging
van het participatietraject.
het niet naar vermogen door het college opgedragen
onbeloonde maatschappelijke nuttige
werkzaamheden te verrichten die worden verricht naast of in
aanvulling op reguliere arbeid en
die niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt.
het blijk geven van tekortschietend besef van
verantwoordelijkheid voor de voorziening in het
bestaan door vermogen op onverantwoord snelle wijze in te
teren.
het niet op komen dagen bij de toets als bedoeld in artikel
18b tweede lid van de wet.
**2..** Het percentage van de standaard verlaging bedraagt 30% van de
bijstandsnorm.